- Arrest van 23 september 2011

23/09/2011 - C.10.0744.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter die de afwezigheid van een oorzakelijk verband tussen de fouten en de schade afleidt uit de overweging dat die schade zich ook had kunnen voordoen in gevallen die vreemd zijn aan de concrete omstandigheden van de bij hem aanhangig gemaakte zaak, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht, daar hij de litigieuze feiten beoordeelt zonder met die omstandigheden rekening te houden (1). (1) Cass. 28 maart 2001, AR P.00.1659.F, AC, 2001, nr. 174.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0744.F

1. AXA BELGIUM nv,

2. AVERO SCHADEVERZEKERING BENELUX,

3. J. T.,

4. I. N.,

5. Y. R.,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. BELGISCHE STAAT,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. GEMEENTE SINT-NIKLAAS.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 7 december 2009 van het hof van beroep te Luik.

Raadsheer Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht;

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren een middel aan in hun cassatieverzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste grief

Het arrest beslist dat de fouten die de politieagenten van de verweerster hebben begaan naar aanleiding van de ontsnapping van de gedetineerde A.Y. op 7 juli 1994, en die welke de rijkswachters in dienst van de verweerder hebben begaan naar aanleiding van de ontsnapping van dezelfde gedetineerde op 24 maart 1995, geen oorzakelijk verband vertonen met de schade die door die gedetineerde aan de eisers is berokkend, op grond dat "uit de dossiers van de partijen [...] blijkt dat [hij] al eens was ontsnapt en ‘zo vaak mogelijk de gevangenis trachtte te verlaten (raadkamer, kamer van inbeschuldigingstelling, lezing van zijn dossier...), omdat dit telkens weer een kans bood om te onsnappen' [...]. Daaruit kan worden afgeleid dat, indien zijn ontsnapping op 7 juli 1994 vermeden had kunnen worden, die gedetineerde achteraf toch had getracht te ontsnappen en enige tijd later, nog vóór 27 september 1994 (datum van de diefstal van het voertuig [van de derde eiser]), had kunnen ontsnappen. Dezelfde redenering geldt voor de ontsnapping van 24 maart 1995, aangezien het dossier van de [verweerders] aan het licht brengt dat de gedetineerde medeplichtigen onder de medegedetineerden telde".

Het hof van beroep, dat het gebrek aan een oorzakelijk verband tussen de fouten waarvoor de verweerders moeten terechtstaan en de schade van de eisers afleidt uit de overweging dat die schade ook had kunnen ontstaan in gevallen die geen verband houden met de concrete omstandigheden van de zaak die bij dat hof aanhangig was gemaakt, beoordeelt de litigieuze feiten zonder met die omstandigheden rekening te houden en verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Tweede grief

Het hof van beroep grondt zijn beslissing volgens welke de fout, begaan op 7 juli 1994, geen oorzakelijk verband vertoont met de door de eerste vier eisers aangevoerde schade en de fout, begaan op 24 maart 1995, geen oorzakelijk verband vertoont met de schade van de vijfde eiser, tevens op de overweging dat "de vergoedbare schade, die een noodzakelijk oorzakelijk verband vertoont met een fout, beperkt is tot de gevolgen die, gelet op de aard van de fout, als normaal kunnen worden aangemerkt ; dit geldt niet voor de schade die een derde lijdt wanneer de ontsnapping zelf reeds verschillende weken of maanden geleden heeft plaatsgevonden en de diefstal geen onvermijdelijk gevolg daarvan is".

Het arrest stelt door die overweging niet vast dat de schade van de eisers zich ook, zonder de fouten waarvoor de verweerders moeten terechtstaan, op dezelfde wijze zou hebben voorgedaan.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het arrest dit hoger beroep van de verweerster ontvankelijk verklaart en beslist dat de politieagenten van de verweerster een fout hebben begaan tijdens de ontsnapping van 7 juli 1994 en dat de rijkswachters in dienst van de verweerder een fout hebben begaan tijdens de ontsnapping van 24 maart 1995.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Sylviane Velu en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 23 september 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Concrete omstandigheden

  • Hypothese vreemd aan de zaak