- Arrest van 28 september 2011

28/09/2011 - P.11.1080.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 138, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek staat een magistraat van het parket van de procureur des Konings toe om, mits de procureur-generaal bij het hof van beroep hiermee instemt, het ambt van openbaar ministerie bij de correctionele kamers van het hof van beroep uit te oefenen; de vaststelling in het proces-verbaal van de rechtszitting dat het ambt van openbaar ministerie bij het hof van beroep werd uitgeoefend door een eerste substituut van de procureur des Konings, die bij beschikking van de procureur-generaal bij het hof van beroep, waarvan de datum in het voormelde proces-verbaal is vermeld, gemachtigd werd dat ambt uit te oefenen, volstaat als bewijs van de regelmatigheid van de samenstelling van het rechtscollege, aangezien geen enkele wetsbepaling vereist dat ook nog de akte tot machtiging van de procureur-generaal bij het dossier wordt gevoegd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1080.F

I. S. O.,

Mr. Jean de Beer de Laer, advocaat bij de balie te Verviers,

II. I. B.,

Mr. Yves Wynants, advocaat bij de balie te Verviers,

III. B. I.,

Mr. Yves Wynants, advocaat bij de balie te Verviers,

IV. F. O.,

V. A. K.,

Mr. Nathalie Gallant, advocaat bij de balie te Brussel,

het vijfde cassatieberoep tegen

P&V VERZEKERINGEN cvba.

VI. DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE,

in de zaak van

A. K.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 3 mei 2011.

De eerste, tweede en derde eiser voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, respectievelijk zes, vier en drie middelen aan. De vijfde eiser voert in een memorie twee middelen aan.

In een vordering die op de griffie van het Hof is ingekomen op 22 september 2011, doet de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie aangifte van het voormelde arrest dat in strijd zou zijn met de wet en waarvan hij de nietigverklaring vordert in de volgende bewoordingen.

"Aan de tweede kamer van het Hof van cassatie,

De ondergetekende procureur-generaal heeft de eer hierbij uiteen te zetten dat hij bij brief van 20 september 2011, referte WL31/CAN/11, door de minister van Justitie gelast werd om bij het Hof aangifte te doen, overeenkomstig artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering, van het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 3 mei 2011, waarbij de beklaagde A. K. is veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf met vijf jaar uitstel voor een vierde van die straf.

Naar luid van artikel 8, § 1, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, kan het uitstel van de tenuitvoerlegging van een straf alleen worden toegestaan voor een straf of straffen van niet meer dan vijf jaar.

Het hof van beroep kon bijgevolg niet naar recht een gevangenisstraf van zeven jaar opleggen en voor die straf een gedeeltelijk uitstel toekennen.

Volgens het Hof brengt de onwettigheid van de beslissing waarbij het uitstel wordt bevolen of geweigerd of de duur ervan niet wordt gepreciseerd, een maatregel die de tenuitvoerlegging van de hoofdstraf raakt, de nietigverklaring met zich mee van de beslissingen waarbij de keuze en de zwaarte van de straffen worden bepaald, wegens de band die bestaat tussen de strafmaat en de voormelde maatregel, maar de nietigverklaring strekt zich niet uit tot de beslissing waarbij het misdrijf bewezen verklaard wordt wanneer de nietigverklaring wordt uitgesproken om een reden die geen verband houdt met die welke die beslissing verantwoordt.

Wanneer het Hof, met toepassing van artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering, een beslissing vernietigt, komt die vernietiging de beklaagde ten goede en kan zij hem niet schaden.

Om die redenen,

Vordert de ondergetekende procureur-generaal dat het aan het Hof moge behagen het aangegeven arrest te vernietigen in zoverre het de beklaagde A. K. tot een straf veroordeelt en uitspraak doet over de bijdrage aan het Bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders, te bevelen dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing en de aldus beperkte zaak te verwijzen naar een ander hof van beroep.

Brussel, 22 september 2011.

Voor de procureur-generaal,

de advocaat-generaal,

(get.) Damien Vandermeersch"

Afdelingsvoorzitter Jean ridder de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van S. O.

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvordering

(...)

Vierde middel

Artikel 138, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, waarvan het middel de schending aanvoert, staat een magistraat van het parket van de procureur des Konings toe om, mits de procureur-generaal bij het hof van beroep hiermee instemt, het ambt van openbaar ministerie bij de correctionele kamers van het hof van beroep uit te oefenen.

De eiser beweert niet dat dergelijke instemming van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Luik, waarbij een magistraat van het parket van de procureur des Konings te Verviers gemachtigd wordt het voormelde ambt uit te oefenen tijdens het onderzoek van de zaak door het hof van beroep, niet bestaat. Hij beperkt zich ertoe aan te voeren dat hij het bestaan van die instemming onmogelijk kan nagaan.

Uit de processen-verbaal van de rechtszittingen van 13 en 20 december 2010 en 7 februari 2011 blijkt dat het ambt van openbaar ministerie werd uitgeoefend door D. L., eerste substituut van de procureur des Konings te Verviers, en dat die magistraat bij beschikking van 18 januari 2010 van de procureur-generaal bij het hof van beroep gemachtigd was om dat ambt uit te oefenen.

Die vaststelling volstaat als bewijs van de regelmatigheid van de samenstelling van het rechtscollege, aangezien geen enkele wetsbepaling vereist dat ook nog de akte tot machtiging van de procureur-generaal bij het dossier zou worden gevoegd.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

F. De vordering van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie op grond van artikel 441 Wetboek van Strafvordering

Artikel 8, § 1, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie staat het uitstel van de tenuitvoerlegging van een straf alleen toe voor een straf of straffen van niet meer dan vijf jaar.

Artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering machtigt de rechter om in het geval van overschrijding van de redelijke termijn, een straf uit te spreken die lager is dan de wettelijke minimumstraf, maar staat hem niet toe om af te wijken van het voormelde artikel 8, § 1.

Door A. K. tot een gevangenisstraf te veroordelen van zeven jaar met vijf jaar uitstel voor een vierde van die straf, schendt het arrest van 3 mei 2011 de voormelde bepaling.

Aangezien het uitstel een maatregel is die de tenuitvoerlegging van de hoofdstraf raakt, brengt de nietigverklaring ervan, wegens de band die bestaat tussen de strafmaat en de maatregel, de vernietiging met zich mee van de volledige beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan over de straf. De schuldigverklaring zelf kan daarentegen niet worden vernietigd, aangezien de aangeklaagde onwettigheid er geen verband mee houdt.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

En, uitspraak doende op grond van artikel 441 Wetboek van Strafvordering,

Vernietigt het arrest van 3 mei 2011 in zoverre het A. K. tot een straf veroordeelt en uitspraak doet over de bijdrage tot het Bijzonder fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Die vernietiging schaadt de veroordeelde niet.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Martine Regout en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 28 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Het ambt van openbaar ministerie bij de hof van beroep

  • Machtiging van een magistraat van de rechtbank van eerste aanleg

  • Vaststelling