- Arrest van 29 september 2011

29/09/2011 - C.10.0703.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wegens de devolutieve kracht van het hoger beroep dient de appelrechter binnen de perken van het door de partijen ingestelde hoger beroep over het geheel van de zaak te oordelen; die devolutieve kracht wordt alleen beperkt door de beslissing van de appelrechter die, zelfs gedeeltelijk, een door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt; de appelrechter dient bijgevolg, voor zover de beslissing over bepaalde punten van de vordering niet berust op de beoordeling van de resultaten van de onderzoeksmaatregel waarvan de eerste rechter kennis moet nemen, over die punten een eindbeslissing te nemen (1). (1) Cass. 11 jan. 1990, AR 8706, AC, 1989-90, nr. 293.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0703.N

GROUP N.D.L.E. AUTOMATION nv, met zetel te 2200 Herentals, Dikberd 18,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. MONDI FOODS nv, met zetel te 2310 Rijkevorsel, Gammel 85, die woonplaats kiest bij gerechtsdeurwaarder Peter Segers, met kantoor te 2300 Turnhout, Zegeplein 9/1,

verweerster,

2. KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest,

3. A.B.C. CONTROLS bv, vennootschap naar Nederlands recht, met kantoor te 5215 's-Hertogenbosch (Nederland), de Grote Beer 11, failliet verklaard op 22 maart 2006,

in bindendverklaring opgeroepen partij.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 29 april 2010.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 1068 Gerechtelijk Wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep en verwijst de appelrechter de zaak alleen dan naar de eerste rechter, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

2. Wegens de devolutieve kracht van het hoger beroep, dient de appelrechter binnen de perken van het door de partijen ingestelde hoger beroep, over het geheel van de zaak te oordelen. De devolutieve kracht wordt alleen beperkt door de beslissing van de appelrechter die, zelfs gedeeltelijk, een door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

3. De appelrechter dient bijgevolg, voor zover de beslissing over bepaalde punten van de vordering niet berust op de beoordeling van de resultaten van de onderzoeksmaatregel waarvan de eerste rechter kennis moet nemen, over die punten een eindbeslissing te nemen.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres niet alleen de door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel heeft aangevochten, maar ook grieven aanvoerde over onder meer de kwalificatie van de tussen de partijen gesloten overeenkomst, de beweerde afstand van de vordering en de laattijdigheid ervan.

5. Het bestreden arrest dat zich ertoe beperkt de door het beroepen vonnis bevolen onderzoeksmaatregel te bevestigen en de zaak te verwijzen naar de eerste rechter, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede middel

Eerste onderdeel

6. Anders dan het onderdeel aanvoert, oordelen de appelrechters op grond van eigen motieven dat de tussenkomst van de tweede verweerster in de huidige stand van het geding niet meer mogelijk is omdat de deskundige zijn verslag inmiddels heeft neergelegd.

Het onderdeel berust op een onvolledige lezing van het arrest en mist derhalve feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

7. Krachtens artikel 812, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek mag een tussenkomst niet ertoe leiden dat reeds bevolen onderzoeksverrichtingen afbreuk doen aan de rechten van de verdediging.

8. De appelrechters stellen vast dat de deskundige zijn verslag inmiddels heeft neergelegd en dit verslag een negatieve invloed kan hebben op de positie van de tweede verweerster.

9. Zij oordelen vervolgens dat de tussenkomst of bindendverklaring van de expertise op dit ogenblik niet meer mogelijk is en hieraan geen afbreuk wordt gedaan door het feit dat de tweede verweerster verwittigd werd van de aanvang van de expertise, maar besliste niet op de installatievergadering aanwezig te zijn.

10. Door aldus te oordelen verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre het uitspraak doet over de vordering in tussenkomst en gemeenverklaring ten aanzien van de tweede verweerster.

Verklaart het arrest bindend aan de tot bindendverklaring opgeroepen partij.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare rechtszitting van 29 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Devolutieve kracht

  • Omvang

  • Gevolg

  • Bevoegdheid van de appelrechter

  • Bevestiging van een onderzoeksmaatregel

  • Andere punten van de vordering