- Arrest van 4 oktober 2011

04/10/2011 - P.11.0203.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 2bis Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering heeft tot doel om, ingeval van gelijktijdige vervolging van een rechtspersoon en van de natuurlijke persoon die bevoegd is om hem te vertegenwoordigen, een onafhankelijke verdediging van de rechtspersoon te waarborgen door de aanstelling van een lasthebber ad hoc (1). (1) Zie Cass. 26 sept. 2006, AR P.05.1663.N, AC, 2006, nr. 435 en de concl. van adv. gen. Vandewal; Cass. 9 juni 2009, AR P.09.0446.N, AC, 2009, nr. 388.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0203.N

I

T J,

beklaagde,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiser woonplaats kiest.

II

A-EN-T b.v.b.a., met zetel te 9000 Gent, Overpoortstraat 68, met als lasthebber ad hoc mr. Carlo Van Caekenberg, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Stapelplein 33,

beklaagde,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiseres woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 24 december 2010.

De eisers I en II voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de memorie wat de eiseres II betreft

1. Artikel 2bis Voorafgaande Titel wetboek van Strafvordering bepaalt: "Ingeval de strafvordering tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, wijst de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van de strafvordering tegen de rechtspersoon, ambtshalve of op verzoekschrift, een lasthebber ad hoc aan om deze te vertegenwoordigen."

Deze bepaling heeft tot doel om, ingeval van gelijktijdige vervolging van een rechtspersoon en van de natuurlijke persoon die bevoegd is om hem te vertegenwoordigen, een onafhankelijke verdediging van de rechtspersoon te waarborgen door de aanstelling van een lasthebber ad hoc.

De lasthebber ad hoc kiest vrij de raadsman van de rechtspersoon. Hij kan, zo hij oordeelt dat er geen gevaar is voor tegenstrijdigheid van belangen, een beroep doen op dezelfde advocaat als de natuurlijke persoon die de rechtspersoon vertevertegenwoordigt.

Indien beroep wordt gedaan op eenzelfde advocaat voor de rechtspersoon en voor de natuurlijke persoon die de rechtspersoon vertegenwoordigt, moet die keuze blijken uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan.

2. De memorie is neergelegd namens de beide eisers door een en dezelfde advocaat. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat deze raadsman werd aangesteld door de lasthebber ad hoc voor de eiseres II.

De memorie is in zoverre niet ontvankelijk.

Eerste middel en tweede middel, eerste onderdeel, van de eiser I

3. Het eerste middel (café De Vagant) en het tweede middel, eerste onderdeel, (café Pallieter) voeren schending aan van de artikelen 1317, 1319 en 1320 Burgerlijk Wetboek: uit de redenen van het arrest blijkt dat er na de globale meting die plaatsvond, er nog een andere meting plaatsvond, ofwel na ontruiming zonder publiek, ofwel na volledige uitschakeling van de muziek; aldus miskennen de appelrechters de bewijskracht van de processen-verbaal van vaststelling.

4. Uit het arrest blijkt niet dat de appelrechters oordelen dat er na de globale meting die plaatsvond, er nog een andere meting werd uitgevoerd.

Het eerste middel en het eerste onderdeel van het tweede middel die uitgaan van een onjuiste lezing van het arrest, missen feitelijke grondslag.

Tweede middel, tweede en derde onderdeel

5. De onderdelen voeren schending aan van de artikelen 2, 3 en 4 koninklijk besluit van 24 februari 1977 houdende vaststelling van geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen: het voornoemde koninklijk besluit sluit elke zintuiglijke waarneming uit; de appelrechters steunen ten onrechte hun beslissing op de zintuiglijke waarneming van de ambtenaar (tweede onderdeel); in zoverre een zintuiglijke waarneming aanvaard wordt als bewijs, dient ook voor die waarneming de methodologie van de voornoemde artikelen te worden gevolgd (derde onderdeel).

6. De appelrechters verantwoorden hun beslissing naar recht door de vaststelling dat de bevoegde ambtenaar op 10 februari 2006 aan de hand van een geldig geijkte en goed werkende geluidsmeter een geluidsdrukniveau van de elektronisch versterkte muziek heeft gemeten dat de toegelaten geluidsgrens overschreed.

De onderdelen die gericht zijn tegen een overtollige reden, zijn niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Bepaalt de kosten in het geheel op 121,47 euro waarvan de eiser I 60,73 euro verschuldigd is en de eiseres II 60,74 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 4 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Gelijktijdige vervolging van een rechtspersoon en een natuurlijke persoon

  • Onafhankelijke verdediging van de rechtspersoon

  • Aanstelling van een lasthebber ad hoc