- Arrest van 5 oktober 2011

05/10/2011 - P.11.0832.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 420bis, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat betrekking heeft op de termijnen waarover men beschikt om de cassatiemiddelen in een memorie te vermelden, maakt deel uit van de wetsbepalingen die de eiser en diens raadsman, omdat ze zo alledaags zijn, verondersteld worden te kennen; het feit dat dit artikel wordt toegepast kan hen niet verrast hebben.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0832.N

Y. C.,

Mr. Alain Amici, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 23 maart 2011.

De eiser voert in een memorie die op 4 oktober 2011 op de griffie van het Hof is neergelegd, twee middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Teneinde de memorie te doen aannemen die hij heeft ingediend buiten de termijnen die bij artikel 420bis Wetboek van Strafvordering zijn bepaald, beweert de eiser dat de griffie hem niet binnen een redelijke termijn de datum van de rechtszitting heeft meegedeeld. Hij voert aan dat de toepassing van de voormelde wetsbepaling zijn recht van verdediging miskent aangezien hij in het ongewisse werd gelaten omtrent de termijn die voor het indienen van de memorie is bepaald en omtrent de rechtsgevolgen van de niet-naleving van die termijn.

Krachtens artikel 1106, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, geeft de griffier ten minste vijftien dagen vóór de zitting kennis van de rechtsdag aan de advocaat of aan de niet-vertegenwoordigde partij.

Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat Y. C. op 19 september 2011 een rechtsdagbericht was toegestuurd voor de rechtszitting van 5 oktober 2011, met andere woorden binnen de wettelijke termijn.

Een eventuele overschrijding van die termijn wordt overigens niet gesanctioneerd met het verlenen van het recht om laattijdig een memorie in te dienen, maar met het verlies van het tegensprekelijk karakter dat de arresten van het Hof hebben volgens artikel 1113 Gerechtelijk Wetboek.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt ook dat de eiser voor de appelrechters wiens beslissing hij bestrijdt, werd bijgestaan door de advocaat wiens handtekening onderaan op de laattijdig ingediende memorie voorkomt.

Artikel 420bis, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering maakt deel uit van de wetsbepalingen die, wegens hun toegankelijkheid, de eiser en diens raadsman verondersteld worden te kennen. Er kan niet worden aangevoerd dat de toepassing van het voormelde artikel hen zou verrast hebben.

Voor het overige brengt de eiser geen enkel gegeven aan dat de bewering geloofwaardig maakt dat het hem volstrekt onmogelijk zou zijn geweest om binnen de voorgeschreven termijnen een memorie neer te leggen.

Er is bijgevolg geen grond om acht te slaan op de laattijdig aangevoerde middelen.

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering

De eiser voert geen enkel middel regelmatig aan.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 5 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Vermelding

  • Termijn

  • Memorie