- Arrest van 10 oktober 2011

10/10/2011 - S.10.0018.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het geschil waarin de rechter de eiser tot collectieve schuldenregeling een totale kwijtschelding van zijn schulden toekent, met inbegrip van de strafrechtelijke geldboeten die hij verschuldigd is, en daarbij begeleidingsmaatregelen oplegt, is onsplitsbaar in de zin van de artikelen 31 en 1084 van het Gerechtelijk Wetboek.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0018.F

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

tegen

1. J.-L. D., e.a.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 30 november 2009 van het hof van beroep te Luik.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Artikel 1079, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het cassatieberoep wordt ingesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te dienen, dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht.

De voorafgaande betekening van het verzoekschrift is een substantiele vormvereiste.

Hoewel het verzoekschrift werd ingediend op de griffie van het Hof op 23 februari 2010, werd het pas aan de tweede en de derde verweerster betekend op 24 februari 2010 en aan de vijftiende verweerster op 25 februari 2010.

Krachtens artikel 1084, tweede en derde lid, Gerechtelijk Wetboek, moet de eiser, wanneer het geschil onsplitsbaar is, niet alleen zijn voorziening, overeenkomstig het eerste lid, richten tegen alle bij de bestreden beslissing betrokken partijen wier belang strijdig is met het zijne maar moet hij bovendien de andere partijen die nog geen verweerder zijn of nog niet opgeroepen zijn, binnen de gewone termijnen in de zaak betrekken en wordt het cassatieberoep, bij niet-inachtneming van de in dit artikel gestelde regels, niet toegelaten.

Hieruit volgt dat wanneer in een onsplitsbaar geschil een cassatieberoep ten aanzien van een van de verweerders niet ontvankelijk is, het dat evenmin is ten aanzien van de anderen.

Volgens artikel 31 Gerechtelijk Wetboek is het geschil enkel onsplitsbaar in de zin van artikel 1084 van dat wetboek, wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn.

Het arrest kent aan de eerste verweerder, met toepassing van artikel 1675/13bis, § 2, Gerechtelijk Wetboek, de totale kwijtschelding van zijn schulden toe, met inbegrip van de strafrechtelijke geldboeten die hij verschuldigd is. Hij legt daarbij, overeenkomstig de derde paragraaf van dat artikel, begeleidingsmaatregelen op. De vernietiging van de beslissing tot kwijtschelding van de schulden, die bekritiseerd wordt in het enige tot staving van het cassatieberoep aangevoerde middel, tot die beslissing uitgebreid moet worden.

In geval van splitsing van het geschil zouden die begeleidingsmaatregelen die nog steeds zouden blijven gelden ten aanzien van de tweede, de derde en de vijftiende verweerster, niet meer ten uitvoer kunnen worden gelegd ten aanzien van de eerste verweerder indien de rechter op verwijzing een andere beslissing zou nemen.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Christine Matray, Sylviane Velu, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 10 oktober 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Collectieve schuldenregeling

  • Schulden

  • Totale kwijtschelding

  • Begeleidingsmaatregelen