- Arrest van 13 oktober 2011

13/10/2011 - C.10.0641.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Om de garantie van de borgtocht van de vervoerder te genieten moeten de schulden niet alleen dienstig zijn voor één van de in artikel 3, 1° en 2°, Wet goederenvervoer over de weg bedoelde werkzaamheden, maar moeten ze ook voortvloeien uit één van de in dit artikel opgesomde leveringen van goederen en diensten; deze lijst van goederen en diensten dient als restrictief en volledig te worden aangezien; de levering van brandstof, ook al is die onontbeerlijk voor de uitvoering van de bedoelde werkzaamheden, is niet opgenomen in deze lijst, zodat de eruit voortvloeiende schuld niet de garantie van de borgtocht geniet (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0641.N

FORTIS BANK nv, met zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

VAN RAAK BENZINESTATIONS nv, met zetel te 2381 Ravels, Weeldestraat 142,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 januari 2010.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft een schriftelijke conclusie neergelegd op 5 september 2011.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Krachtens artikel 3 van de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de weg, [hierna: Wet goederenvervoer over de weg] is deze wet van toepassing: 1° op elk vervoer van zaken over de weg tegen vergoeding door middel van een voertuig of een sleep; 2° op elke ledige rit met een voertuig of een sleep, verricht over de weg, in verband met een vervoer bedoeld in 1°.

Krachtens artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg [hierna: KB 7 mei 2002], dient de borgtocht bedoeld in artikel 14 in zijn geheel om de schulden van de onderneming te waarborgen voor zover zij opeisbaar werden tijdens de periodes bedoeld in § 2 en voor zover zij voortvloeien uit: 1° de levering aan de onderneming van de volgende materiële goederen en diensten, voor zover zij dienen voor de uitvoering van de in artikel 3, 1° en 2° van de wet bedoelde werkzaamheden: a) de banden, alsook de andere onderdelen en de verplichte toebehoren van de voertuigen; b) de herstelling en het onderhoud van deze voertuigen; c) de prestaties van het rijdend personeel.

2. Uit de tekst van artikel 17, § 1, 1°, KB 7 mei 2002 volgt dat om de garantie van de borgtocht te genieten de schulden niet alleen dienstig moeten zijn voor één van de in artikel 3, 1° en 2°, Wet goederenvervoer over de weg bedoelde werkzaamheden, maar ook moeten voortvloeien uit één van de in dit artikel opgesomde leveringen van goederen en diensten. Deze lijst van goederen en diensten dient als restrictief en volledig te worden aangezien.

De levering van brandstof, ook al is die onontbeerlijk voor de uitvoering van de in artikel 3, 1° en 2°, van de Wet goederenvervoer over de weg bedoelde werkzaamheden, is niet opgenomen in deze lijst van goederen en diensten, zodat de eruit voortvloeiende schuld niet de garantie van de borgtocht geniet.

3. De appelrechters, die anders oordelen verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, de afdelingsvoor-zitters Edward Forrier en Eric Dirix, en de raadsheren Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 13 oktober 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Wegvervoer

  • Borgtocht van de vervoerder

  • Schulden

  • Brandstoflevering

  • Toepasselijkheid