- Arrest van 18 oktober 2011

18/10/2011 - P.11.0481.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De akte van aanhangigmaking moet aangeven welke precieze feiten ten laste worden gelegd zodat de beklaagde zich daartegen kan verdedigen.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0481.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN,

eiser,

tegen

G. R. J. V. B.,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 1 februari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 193, 196, 197, 213 en 214 Strafwetboek en de artikelen 145, 182, 184 en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart ten onrechte de strafvordering niet ontvankelijk op grond dat de omschrijving van de telastlegging onduidelijk is; deze exceptie was door geen enkele partij opgeworpen en vereist gebeurlijk een verduidelijking door het openbaar ministerie, maar leidt niet tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering.

2. De akte van aanhangigmaking moet aangeven welke precieze feiten ten laste worden gelegd zodat de beklaagde zich daartegen kan verdedigen.

3. Enkel wanneer op grond van de omschrijving van een bepaald feit in de akte van aanhangigmaking uit het dossier niet op te maken is welk precies feit bedoeld wordt, is het de rechter niet mogelijk te bepalen welk feit bij hem aanhangig is en kan hij de beklaagde niet veroordelen. Wanneer de omschrijving van het feit wel is bepaald, maar niet voldoende nauwkeurig is, moet de rechter aan de partijen daarvan kennis geven met het oog op mogelijke precisering.

4. Het arrest oordeelt: "Er wordt niet gespecificeerd wat er precies bedoeld wordt met de woorden ‘valselijk getuigschriften te hebben gebruikt'. Het is niet duidelijk welke concrete feiten hiermede beoogd worden; het bezigen (gebruiken) van de getuigschriften om ze te vervalsen en dus het vervalsen zelf of het gebruiken van de reeds vervalste getuigschriften of beide samen? Door de onduidelijke en derhalve gebrekkige omschrijving van de telastlegging, is het geenszins klaar welke concrete gedraging (of gedragingen) er precies aan [de verweerder] ten laste worden gelegd. Het [hof van beroep] is derhalve niet in de mogelijkheid de schuld van de [verweerder] aan het hem ten laste gelegde feit (of aan de hem ten laste gelegde feiten?) te beoordelen."

5. Op grond van die redenen verklaart het arrest de strafvordering niet ontvankelijk, zonder evenwel de eiser uit te nodigen tot precisering van de telastlegging. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Bepaalt de kosten op 95,35 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 18 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Inhoud

  • Vermelding van de precieze feiten die ten laste worden gelegd