- Arrest van 18 oktober 2011

18/10/2011 - P.11.0500.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Uit de artikelen 59 en 60, eerste zin, Strafwetboek en 69bis Wegverkeerswet volgt dat ingeval van samenloop van verscheidende wanbedrijven en overtredingen de rechter de krachtens artikel 69bis Wegverkeerswet voor die wanbedrijven en overtredingen uitgesproken vervangende vervallenverklaringen van het recht tot het besturen van een motorvoertuig, in voorkomend geval dient te herleiden tot het dubbel van het in artikel 69bis Wegverkeerswet vermelde maximum van een maand (1). (1) Zie Cass. 15 maart 1977, AC, 1977, p. 765; Cass. 23 feb. 1993, AR 6545, AC, 1993, nr. 113; Cass. 7 dec. 1993, AR P.93.1137.N, AC, 1993, nr. 507, waar dezelfde redenering gevolgd werd in verband met de vervangende gevangenisstraffen; P. ARNOU en M. DE BUSSCHER, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Kluwer rechtswetenschappen België, nr. 757.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0500.N

G. M.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Jan Huyskens, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 3 februari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, grieven aan.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Grieven

1. De eiser voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 35 en 62 Wegverkeerswet: de appelrechters hebben ten onrechte niet geoordeeld dat de eiser minstens had dienen onderworpen te worden aan een test met het ademanalysetoestel; zij hadden de weigering van de bloedproef en urinetest moeten aanzien als één strafbaar feit; er waren geen objectieve elementen voorhanden om aan te nemen dat de eiser zijn voertuig bestuurde in staat van dronkenschap.

2. Met de redenen die het vonnis vermeldt, beantwoorden de appelrechters het verweer van de eiser dat er geen bewijs is dat hij zijn voertuig bestuurde in staat van dronkenschap.

De grief mist in zoverre feitelijke grondslag.

3. In zoverre de grieven opkomen tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechters of het Hof verplichten tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, zijn zij niet ontvankelijk.

4. De eiser preciseert niet hoe en waardoor het bestreden vonnis de artikelen 35 en 62 Wegverkeerswet schendt.

De grieven zijn in zoverre onnauwkeurig en mitsdien niet ontvankelijk.

5. De feitenrechter oordeelt onaantastbaar of verschillende feiten, wegens de eenheid van opzet, een enkel strafbaar feit opleveren.

De grieven kunnen in zoverre niet worden aangenomen.

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijk bepalingen

- de artikelen 59 en 60, eerste zin, Strafwetboek;

- artikel 69bis Wegverkeerswet.

6. Artikel 59 Strafwetboek bepaalt dat bij samenloop van een of meer wanbedrijven met een of meer overtredingen alle geldboeten, werkstraffen en correctionele gevangenisstraffen samen worden opgelegd binnen de in artikel 60 Strafwetboek bepaalde grenzen.

Artikel 60, eerste zin, Strafwetboek bepaalt dat bij samenloop van verscheidene wanbedrijven alle straffen samen worden opgelegd, zonder dat zij evenwel het dubbele van het maximum van de zwaarste straf te boven mogen gaan.

Artikel 69bis Wegverkeerswet bepaalt dat voor de toepassing van deze wet en in afwijking van artikel 40 Strafwetboek de boete bij gebreke van betaling binnen de termijn van twee maanden na het arrest of het vonnis, indien het op tegenspraak, of te rekenen van de betekening, indien het bij verstek is gewezen, kan worden vervangen door een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig waarvan de duur zal worden bepaald door het vonnis of het arrest van veroordeling en die niet langer dan een maand en niet korter dan acht dagen zal zijn.

7. Uit die bepalingen volgt dat ingeval van samenloop van verscheidene wanbedrijven en overtredingen de rechter de krachtens artikel 69bis Wegverkeerswet voor die wanbedrijven en overtredingen uitgesproken vervangende vervallenverklaringen van het recht tot het besturen van een motorvoertuig, in voorkomend geval dient te herleiden tot het dubbel van het in artikel 69bis Wegverkeerswet vermelde maximum van een maand.

8. Het bestreden vonnis bevestigt het beroepen vonnis dat de eiser veroordeelt tot onder meer:

- voor het feit A (inbreuk op artikel 4.1 Wegverkeersreglement en artikel 29, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet) tot een geldboete van 50 euro (vermeerderd met 45 opdeciemen of 275 euro) of een vervangend rijverbod van 15 dagen;

- voor het feit B (inbreuk op artikel 10.1.3° Wegverkeersreglement en artikel 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet) tot een geldboete van 20 euro (vermeerderd met 45 opdeciemen of 110 euro) of een vervangend rijverbod van 8 dagen;

- voor het feit C (inbreuk op artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet) tot een geldboete van 200 euro (vermeerderd met 45 opdeciemen of 1.100 euro) of een vervangend rijverbod van 30 dagen, met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar voor de helft van de geldboete waarbij het vervangend rijverbod voor het met uitstel uitgesproken gedeelte wordt bepaald op 15 dagen;

- voor de feiten D en E (inbreuk op de artikelen 34, § 2, 3° en 35 Wegverkeerswet) tot een geldboete van 200 euro (vermeerderd met 45 opdeciemen of 1.100 euro) of een vervangend rijverbod van 30 dagen, met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar voor de helft van de geldboete waarbij het vervangend rijverbod voor het met uitstel uitgesproken gedeelte wordt bepaald op 15 dagen;

- voor de feiten F en G (inbreuk op artikel 37bis, § 1, 5° Wegverkeerswet) tot een geldboete van 200 euro (vermeerderd met 45 opdeciemen of 1.100 euro) of een vervangend rijverbod van 30 dagen, met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar voor de helft van de geldboete waarbij het vervangend rijverbod voor het met uitstel uitgesproken gedeelte wordt bepaald op 15 dagen.

Het beroepen vonnis veroordeelt aldus de eiser voor de bewezen verklaarde wanbedrijven en overtreding op de Wegverkeerswet tot in totaal 113 dagen vervangende vervallenverklaringen van het recht tot het besturen van een motorvoertuig, zonder die straffen overeenkomstig de artikelen 59 en 60 Strafwetboek te herleiden tot het dubbele van het in artikel 69bis Wegverkeerswet bepaalde maximum van een maand. Aldus schendt het beroepen vonnis de voormelde wetsbepalingen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering voor het overige

9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het voor de feiten A, B, C, D, E, F en G bij toepassing van artikel 69bis Wegverkeerswet vervangende vervallenverklaringen van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreekt.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijke vernietigde vonnis.

Laat een zesde van de kosten ten laste van de Staat.

Veroordeelt de eiser tot de overige vijf zesden van de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Turnhout, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 121,83 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 18 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Wanbedrijven en overtredingen

  • Inbreuken op de Wegverkeerswet

  • Veroordeling tot meerdere geldboeten

  • Veroordeling tot meerdere vervangende vervallenverklaringen van het recht tot sturen van een motorvoertuig

  • Samenvoeging