- Arrest van 18 oktober 2011

18/10/2011 - P.11.0201.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit Artikel 42, 3°, Strafwetboek volgt dat naast de vermogensvoordelen die “rechtstreeks” uit het misdrijf zijn verkregen, met name de primaire vermogensvoordelen, ook “de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld” van die primaire vermogensvoordelen, met name de vervangingsgoederen, en de “inkomsten uit de belegde voordelen” die voortvloeien uit de primaire vermogensvoordelen of de vervangingsgoederen kunnen worden verbeurdverklaard; deze twee laatste categorieën betreffen eveneens voordelen die verkregen zijn uit het misdrijf, zij het onrechtstreeks ten gevolge van bepaalde verrichtingen van de dader die deze voordelen rechtstreeks opleveren.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0201.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,

eiser,

tegen

NEDRA INVESTISSEMENT sa, met zetel te 1884 Villars-sur-Ollon (Ollon) (Zwitserland), Le Muveran,

beklaagde,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep van Gent, correctionele kamer, van 10 december 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 42, 3°, Strafwetboek: de vermogensvoordelen hebben betrekking op de huurgelden die de verweester ontving uit woongelegenheden die zonder voorafgaande vergunning werden opgericht of nadat de functie van het gebouw zonder voorafgaande vergunning werd gewijzigd; deze vermogensvoordelen zijn bijgevolg rechtstreeks uit de bewezen verklaarde stedenbouwmisdrijven verkregen, en de rechters vermochten niet de verbeurdverklaring ervan te weigeren met het motief dat deze gelden weliswaar onrechtstreeks uit de bewezen verklaarde misdrijven waren verkregen, maar slechts rechtstreeks, in de zin van artikel 42, 3°, Strafwetboek, door het niet langer strafbaar instandhouden van de wederrechtelijke toestand.

2. Artikel 42, 3°, Strafwetboek bepaalt: "Bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en de waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen."

Uit die bepaling volgt dat naast de vermogensvoordelen die "rechtstreeks" uit het misdrijf zijn verkregen, met name de primaire vermogensvoordelen, ook "de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld" van die primaire vermogensvoordelen, met name de vervangingsgoederen, en de "inkomsten uit de belegde voordelen", die voortvloeien uit de primaire vermogensvoordelen of de vervangingsgoederen kunnen worden verbeurdverklaard. Deze twee laatste categorieën betreffen eveneens voordelen die verkregen zijn uit het misdrijf, zij het onrechtstreeks ten gevolge van bepaalde verrichtingen die deze voordelen rechtstreeks opleveren.

3. Het begrip "rechtstreeks" in artikel 42, 3°, Strafwetboek wijst aldus niet op een beperking van de verbeurdverklaring tot de voordelen die zonder enige tussenschakel zijn verkregen uit het misdrijf, maar duidt op de primaire vermogensvoordelen als één der vermogensvoordelen die naast nog andere voor verbeurdverklaring vatbaar is.

Bijgevolg kan de in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde maatregel van verbeurdverklaring worden toegepast op de vermogensvoordelen die zowel rechtstreeks als onrechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen.

4. Een vermogensvoordeel is uit het misdrijf verkregen indien er een causaal verband bestaat tussen dit misdrijf en het vermogensvoordeel. Een eventueel rechtstreeks causaal verband tussen dit vermogensvoordeel en een latere verrichting doet het causaal verband tussen dit vermogensvoordeel en het voordien gepleegde misdrijf niet verdwijnen.

5. Het arrest stelt vast dat:

- de verweerster zich schuldig heeft gemaakt aan het te Sint-Martens-Latem, Broekstraat 55, zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning omvormen van de eerste verdieping en de zolderverdieping van het schuurgedeelte van een eigendom tot respectievelijk een appartement in de periode van 21 juni 2003 tot 21 september 2003 en een tweede appartement in de periode van 1 januari 2004 tot 31 december 2004;

- de verweerster zich schuldig heeft gemaakt aan het te Sint-Martens-Latem zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie landbouw naar de hoofdfunctie bewoning in de periode vanaf 21 juni 2003 tot 21 september 2003 en vanaf 1 januari 2004 tot 31 januari 2004;

- de omvorming van de schuur tot twee appartementen wel degelijk de uitvoering inhield van vergunningsplichtige verbouwingswerken en er twee extra woongelegenheden werden gecreëerd en een vergunningsplichtige wijziging van de hoofdfunctie tot stand werd gebracht;

- de medebeklaagde verklaarde dat hij het schuurgedeelte op de eerste verdieping heeft omgevormd tot woongelegenheid en die woongelegenheid is verhuurd sinds oktober 2003 aan 22.000 frank (545,37 euro) per maand;

- de verweerster huurgelden ontving voor een van die woongelegenheden.

Het arrest dat op die gronden oordeelt dat de ontvangen huurgelden rechtstreeks zijn verkregen in de zin van artikel 42, 3°, Strafwetboek door het niet langer strafbare instandhouden van de wederrechtelijke toestand en slechts onrechtstreeks door de bewezen verklaarde misdrijven en beslist dat geen verbeurdverklaring van vermogensvoordelen wordt bevolen, is niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Ambtshalve onderzoek van het overige

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de gevorderde verbeurdverklaring van vermogensvoordelen.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat melding zal worden gemaakt van dit arrest op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 152,88 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 18 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Bijzondere verbeurdverklaring

  • Goederen en waarden die in de plaats van het rechtstreeks vermogensvoordeel zijn gesteld

  • Inkomsten uit belegde voordelen