- Arrest van 19 oktober 2011

19/10/2011 - P.11.0807.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het misdrijf opzettelijke slagen en verwondingen vereist dat de dader bewust de daad stelt die de fysieke integriteit van het slachtoffer aantast, aangezien het bij de wet vereiste opzet alleen betrekking heeft op die daad en niet op de gevolgen ervan (1). (1) A. DELANNAY, “Les homicides et lésions corporelles volontaires”, Les infractions, dl. 2, Larcier, 2010, p. 290-291.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0807.F

I. H.,

Mrs. Armand Adam en Laurent Kennes, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

R. V.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 23 maart 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De eiser verzocht om van beide telastleggingen te worden vrijgesproken daar hij de omschrijving ervan als opzettelijke slagen en verwondingen betwist. Subsidiair verzocht hij om de toekenning van de gewone opschorting van de uitspraak van de veroordeling wegens onopzettelijke slagen en verwondingen.

Het arrest dat de telastleggingen van opzettelijke slagen en verwondingen bewezen verklaart, beveelt de gewone opschorting van de uitspraak van de veroordeling gedurende een jaar en, na de eiser hoofdelijk met de vrijwillig tussengekomen partij te hebben veroordeeld om de verweerder een voorlopige vergoeding te betalen, houdt de uitspraak over de overige punten van de vordering aan en verdaagt de zaak voor verdere behandeling naar een latere rechtszitting, zonder een rechtsdag te bepalen.

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvordering

Eerste middel

Het arrest vermeldt dat de eiser, door zich met zijn voertuig een weg te banen tussen de betogers, "vrijwillig en opzettelijk de fysieke integriteit van de aanwezige personen in gevaar heeft gebracht [...] ook al heeft hij de daaruit voortvloeiende schade niet willen veroorzaken".

Het middel verwijt het arrest dat het het opzettelijke karakter van de slagen en verwondingen als bewezen beschouwt, ofschoon het opzet niet blijkt uit de voormelde ingevaarbrenging.

Het misdrijf opzettelijke slagen en verwondingen vereist dat de dader bewust de daad stelt die de fysieke integriteit van het slachtoffer aantast. Het in de artikelen 392, 398 en 399 Strafwetboek vereiste opzet heeft alleen betrekking op die daad en niet op de gevolgen ervan.

De overweging dat de daad van geweld, bestaande in het forceren van een doorgang, opzettelijk werd gepleegd, houdt in dat de eiser haar bewust en opzettelijk heeft gepleegd.

De appelrechters verantwoorden hun beslissing bijgevolg naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Het middel verwijt het arrest dat het niet regelmatig met redenen is omkleed.

Eensdeels voert de rechter aan dat de appelrechters niet ten genoege van recht geantwoord hebben op de conclusie betreffende de omschrijving van de hem tenlastegelegde feiten.

Een vonnis of arrest is overeenkomstig artikel 149 Grondwet met redenen omkleed wanneer de rechter op duidelijke en ondubbelzinnige wijze opgave doet van de redenen, ook al zijn ze onvolledig, op grond waarvan hij aldus heeft geoordeeld. Die plicht beantwoordt aan een vormvereiste dat geen verband houdt met de kwaliteit van de redenen. De omstandigheid dat de conclusie onvoldoende zou zijn beantwoord, kan die bepaling dus niet schenden.

Het middel faalt in zoverre naar recht.

Anderdeels voert de eiser een tegenstrijdigheid aan die voortvloeit uit het feit dat hij schuldig werd verklaard aan opzettelijke slagen en verwondingen, ofschoon, op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder, de verzekeraar die in de zaak is tussengekomen en die alleen ertoe gehouden kon worden schade te vergoeden die door een onopzettelijke fout is veroorzaakt, hoofdelijk werd veroordeeld om de verweerder te vergoeden.

Uit het arrest blijkt evenwel niet dat de vrijwillig tussengekomen partij werd veroordeeld op grond dat de feiten waaraan de eiser schuldig was verklaard, onopzettelijk waren gepleegd.

Het middel mist dienaangaande feitelijke grondslag.

In zoverre, voor het overige, het middel dat een tegenstrijdigheid aanvoert de schending aanvoert van artikel 149 Grondwet en niet van artikel 1138, 4°, Gerechtelijk Wetboek, faalt het naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 19 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Opzettelijke slagen of verwondingen

  • Moreel bestanddeel van het misdrijf

  • Wil om iemands fysieke integriteit aan te tasten