- Arrest van 19 oktober 2011

19/10/2011 - P.11.0901.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het misdrijf dat erin bestaat om een minderjarige opzettelijk voedsel of verzorging te onthouden, in dusdanige mate dat zijn gezondheid in gevaar wordt gebracht, vereist geen schuldig verzuim door nalatigheid maar wel opzettelijk niet handelen waardoor het kwaad dat voortvloeit uit de onthouding van voedsel of verzorging wordt veroorzaakt (1). (1) Zie A. DE NAUW, Initiation au droit pénal spécial, Kluwer, p. 319-320, nr. 549.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0901.F

I. J. G.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

II. J. G.,

III. J.-Ph. S.,

het eerste en derde cassatieberoep tegen

1. P. F.,

2. Mr. Julie BASTIEN, advocaat, optredend in de hoedanigheid van curator ad hoc van D. F.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen van de eiseres zijn gericht tegen de beschikking tot verwijzing van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Namen, van 15 februari 2006, en tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 5 april 2011. Het cassatieberoep van de eiser is eveneens tegen dat arrest gericht.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van de eiseres tegen de beschikking van 15 februari 2006

De regels betreffende de bevoegdheid van het vonnisgerecht werden nageleefd.

B. In zoverre het cassatieberoep van de eiseres tegen het arrest van 5 april 2011, gericht is tegen de beslissing op de tegen haar ingestelde strafvordering

(...)

Tweede middel

Artikel 425 van het Strafwetboek straft met name degene die een minderjarige opzettelijk voedsel of verzorging onthoudt, in dusdanige mate dat zijn gezondheid in het gedrang wordt gebracht. Zodoende vereist het geen schuldig verzuim door nalatigheid maar wel het opzettelijk niet handelen waardoor het kwaad dat voortvloeit uit de onthouding van voedsel of verzorging, wordt veroorzaakt.

De rechter beoordeelt in feite of dat opzet aanwezig is. Het Hof gaat evenwel na of de rechter zijn beslissing heeft kunnen afleiden uit de door hem op onaantastbare wijze vastgestelde gegevens.

Aangezien het hof van beroep geoordeeld heeft dat de eiseres als enige instond voor het wisselen van de luiers van het kind en dat zij niet onwetend kon zijn omtrent de problemen veroorzaakt door het gebrek aan hygiëne waaronder het kind te lijden had, kon het beslissen dat de eiseres opzettelijk niet gehandeld heeft, hetgeen de wet strafbaar wil stellen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 19 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Onthouding van voedsel of verzorging aan minderjarigen

  • Misdrijf

  • Moreel bestanddeel

  • Opzettelijk niet handelen