- Arrest van 19 oktober 2011

19/10/2011 - P.11.1198.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechter, met toepassing van artikel 65, tweede lid, van het Strafwetboek, voor de straftoemeting rekening houdt met één of meer reeds uitgesproken straffen, wordt de beklaagde geen tweede maal berecht of gestraft wegens feiten waarvoor hij reeds veroordeeld werd (1); in dat geval heeft de nieuwe hem opgelegde straf alleen betrekking op de feiten die bij de tweede rechter aanhangig zijn, maar laatstgenoemde houdt bij de straftoemeting rekening met de reeds uitgesproken straf of straffen, met andere woorden hij verlaagt die naar evenredigheid (2). (1) Zie Cass., 26 nov. 2002, AR P.01.1670.N, A.C., 2002, nr. 630. (2) Zie Cass., 31 mei 2006, AR P.06.0403.F, A.C., 2006, nr. 330, met concl. Adv.Gen. D. Vandermeersch, en Rev.dr.pén., 2006, p. 1027, met noot.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1198.F

M. A.,

Mr. Xavier Carrette, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. L. C. e.a.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 8 juni 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvordering

(...)

Tweede middel

De eerste rechter, die de feiten van beide zaken bewezen had verklaard, had de eiser bij verstek tot een hoofdgevangenisstraf van zes jaar veroordeeld. Beslissend over het verzet had hij vervolgens de eiser vrijgesproken in het kader van zaak II en hem, wegens de telastleggingen van zaak I, tot een hoofdgevangenisstraf van drie jaar veroordeeld.

Op de hogere beroepen van de eiser en het openbaar ministerie heeft het hof van beroep de gedeeltelijke vrijspraak gewijzigd, alle telastleggingen bewezen verklaard, vastgesteld dat de feiten van beide zaken een collectief misdrijf uitmaakten en gepleegd werden met hetzelfde strafbaar opzet als andere feiten waarover reeds bij een op 18 september 2008 gewezen arrest dat kracht van gewijsde heeft, uitspraak is gedaan. Het bestreden arrest dat, met toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek oordeelt dat de door dat arrest aan de eiser opgelegde hoofdstraf van vijf jaar gevangenis onvoldoende was voor een juiste bestraffing voor het geheel van al de misdrijven, legt hem, nadat het heeft verklaard dat de eiser zich voor de bij het hof van beroep aanhangige feiten in staat van wettelijke herhaling bevond, een bijkomende gevangenisstraf van zes jaar op die, gevoegd bij de reeds eerder uitgesproken straf van vijf jaar, het maximum van de te dezen toepasselijke zwaarste straf niet bereikt.

Het middel voert aan dat, rekening houdend met de eerste straf van vijf jaar, de huidige gevangenisstraf van zes jaar zwaarder lijkt dan de straf met dezelfde duur die aanvankelijk door de correctionele rechtbank bij verstek was uitgesproken, zodat het arrest de relatieve werking van het verzet miskent.

Wanneer de rechter, met toepassing van de voormelde bepaling, voor de straftoemeting rekening houdt met één of meer reeds uitgesproken straffen, wordt de beklaagde evenwel geen tweede maal gevonnist of gestraft wegens feiten waarvoor hij reeds veroordeeld werd. In dat geval heeft de nieuwe hem opgelegde straf alleen betrekking op de feiten die bij de tweede rechter aanhangig zijn, maar laatstgenoemde houdt bij de straftoemeting rekening met de reeds uitgesproken straf of straffen, met andere woorden hij verlaagt de nieuwe straf in evenredigheid.

Daaruit volgt dat het arrest dat bij de uitspraak over het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen het op het verzet van de eiser gewezen vonnis, hem tot een identieke straf veroordeelt als die welke door het verstekvonnis was uitgesproken en waartegen het openbaar ministerie geen hoger beroep heeft ingesteld, de toestand van de verzetdoende partij niet verzwaart en de relatieve werking van haar verzet bijgevolg niet schendt.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 19 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Samenloop van verschillende misdrijven

  • Eenheid van opzet

  • Misdrijven waarover reeds een in kracht van gewijsde gegane beslissing is genomen

  • Berechting van andere feiten daterend van vóór de voormelde beslissing

  • Nieuwe straf

  • Straftoemeting