- Arrest van 20 oktober 2011

20/10/2011 - F.10.0088.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De belastingplichtige die onder de oude B.T.W.-wetgeving bouwgronden heeft aangekocht en verkocht zonder toepassing van de B.T.W. dient als 'gemengde belastingplichtige' zijn recht van aftrek van de B.T.W. verhoudingsgewijs te beperken; de omstandigheid dat die wetgeving strijdig werd bevonden met de Europese B.T.W.-reglementering en met ingang van 1 januari 2011 werd gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met Europese reglementering, heeft niet tot gevolg dat de verkoper voor de periode vóór de inwerkingtreding van de wijzigende wet het recht krijgt op integrale aftrek van de voorbelasting, daar dit de neutraliteit van de B.T.W.-heffing zou verstoren.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0088.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de eerstaanwezend inspecteur van het btw-ontvangkantoor te Oostende, met kantoor te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

IMMOLUX nv, met zetel te 8470 Gistel, Veldstraat 1,

verweerster,

met als raadsman mr. Willy Huber, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 59, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 maart 2010.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Artikel 17, lid 2, sub a, van de Zesde Richtlijn (77/388/EEG) bepaalt:

"Voorzover de goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen mag de belastingplichtige van de door hem verschuldigde belasting aftrekken:

a) de belasting over de toegevoegde waarde, welke verschuldigd of voldaan is voor de hem door een andere belastingplichtige geleverde of te leveren goederen en voor de te zijnen behoeve door een andere belastingplichtige verrichte of te verrichten diensten".

Wat betreft goederen en diensten die door een belastingplichtige zowel worden gebruikt voor handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat, als voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat, bepaalt het vijfde lid, eerste alinea, van dat artikel dat "aftrek slechts (wordt) toegestaan voor dat gedeelte van de belasting over de toegevoegde waarde, dat evenredig is aan het bedrag van de eerstbedoelde handelingen (pro rata)".

Volgens het vijfde lid, tweede alinea, van dat artikel wordt "dit pro rata (...) overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 bepaald voor het totaal van de door de belastingplichtige verrichte handelingen".

2. Artikel 45, § 1, Btw-wetboek, dat voormelde bepaling omzet in Belgisch recht, bepaalt dat elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek mag brengen die geheven werd van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen of diensten gebruikt voor het verrichten van de in die wetsbepaling opgesomde handelingen.

Wanneer de belastingplichtige in de uitoefening van zijn economische activiteit ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 aanspraak op aftrek bestaat, wordt overeenkomstig artikel 46, § 1, Btw-wetboek, de belasting ter zake van de voor die activiteit gebruikte goederen en diensten in aftrek gebracht naar verhouding van de breuk gevormd door het bedrag van de laatstgenoemde handelingen en het totale bedrag van de door die zogenaamde "gemengde belastingplichtige" verrichte handelingen.

3. De Belgische wetgeving voorzag ten tijde van de hier bedoelde transacties niet in de heffing van btw op bouwgronden, ook niet indien die gelijktijdig werden verkocht met de op die bouwgronden opgetrokken gebouwen. De omstandigheid dat die wetgeving strijdig werd bevonden met de Europese btw-reglementering en met ingang van 1 januari 2011 werd gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met Europese reglementering, heeft niet tot gevolg dat de verkoper voor de periode vóór de inwerkingtreding van de wijzigende wet het recht krijgt op integrale aftrek van de voorbelasting, daar dit de neutraliteit van de btw-heffing zou verstoren.

4. De appelrechters die vaststellen dat de aan- en verkoop van de bedoelde gronden niet met toepassing van btw heeft plaatsgevonden, hebben niet naar recht kunnen beslissen dat het recht van aftrek van btw niet verhoudingsgewijs diende te worden beperkt.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behoudens dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 20 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Gemengde belastingplichtige

  • Aan- en verkoop van bouwgronden zonder B.T.W.

  • Recht op aftrek