- Arrest van 20 oktober 2011

20/10/2011 - F.10.0093.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De 'niet-inlevering van aangifte', die het bestuur de mogelijkheid biedt het bedrag van de verschuldigde successierechten van ambtswege te begroten en de invordering er van te vervolgen, houdt zowel de afwezigheid van een aangifte als een onvolledige aangifte in.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0093.N

F. H.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Ontvanger der Registratie te Sint-Truiden, met kantoor te 3800 Sint-Truiden, Abdijstraat 6,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 24 maart 2009.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft een schriftelijke conclusie neergelegd op 30 maart 2011.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 47 Wetboek Successierechten bepaalt dat bij niet-inlevering van aangifte binnen de bepaalde termijn, het bestuur van ambtswege het bedrag van de verschuldigde sommen mag begroten en de invordering er van mag vervolgen overeenkomstig artikel 142, behoudens latere regeling.

De niet-inlevering van aangifte houdt zowel de afwezigheid van een aangifte als een onvolledige aangifte in.

2. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op de som van 284,64 euro en voor de verweerder op de som van 82,42 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 20 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Taxatie van ambtswege

  • Niet-inlevering van aangifte