- Arrest van 25 oktober 2011

25/10/2011 - P.11.0368.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vordering waarbij het ene bevoegde herstelvorderende bestuur zich aansluit bij de herstelvordering die het andere daartoe bevoegde bestuur vooraf heeft ingesteld, heeft een zelfstandig karakter en is in haar bestaan niet afhankelijk van de voordien ingestelde vordering maar wordt uitsluitend bepaald door het bestuur die ze heeft ingesteld, zodat het een nieuwe vordering betreft waarvoor, op straffe van onontvankelijkheid, het voorafgaande positief advies van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid kan vereist zijn.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0368.N

1. GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, bus 22,

eiser tot herstel,

2. STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Lange Kievitstraat 111/113, bus 55,

eiser tot herstel,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

B H J R,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 januari 2011.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1.7, 6.1.18, 6.1.41, § 1, eerste lid, § 2, § 4 en § 6, 7.7.3, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999, zoals van toepassing vóór de wijziging bij artikel 53 Aanpassingsdecreet 1999, artikel 198bis Stedenbouwdecreet 1999, zoals van toepassing vóór de opheffing bij artikel 62 Aanpassingsdecreet 1999, in hun versie na de arresten nr. 14/2005 en nr. 34/2007 van het Grondwettelijk Hof, en artikel 149, § 2, Stedenbouwdecreet 1999, zoals van toepassing vóór de wijziging bij artikel 53 Aanpassingsdecreet 1999: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de eisers op 27 oktober 2010 een nieuwe herstelvordering instelden, waarvoor, op straffe van onontvankelijkheid, het voorafgaand positief advies van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid vereist was; ongeacht de wijze van herstel, is de herstelvordering éénzelfde, ondeelbare vordering, die ertoe strekt de gevolgen van het stedenbouwmisdrijf te doen ophouden, en die samen met de strafvordering voor de rechter aanhangig wordt gemaakt; de herstelvordering bestaat zodra het bevoegde bestuur ze heeft ingesteld en blijft bestaan zolang de strafrechter daarover geen uitspraak heeft gedaan; wanneer het ene bevoegde herstelvorderend bestuur de herstelvordering reeds op ontvankelijke wijze inleidde bij het openbaar ministerie vóór 16 december 2005, op een tijdstip dat geen verplicht voorafgaand advies gold, brengt de omstandigheid dat het andere bevoegde herstelvorderend bestuur, nadien, op een tijdstip dat het voorafgaand verplicht positief advies wel gold, zich aansloot bij die vooraf bestaande herstelvordering, niet met zich mee dat een "nieuwe herstelvordering" zou zijn ingeleid waarvoor, op straffe van onontvankelijkheid, een verplicht voorafgaand advies van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid noodzakelijk zou zijn; de adviesverplichting bestaat alleen voor het inleiden van de herstelvordering, doch niet voor de proceshandeling waarbij het bevoegde bestuur zich voor de strafrechter als procespartij manifesteert als eiser tot herstel ter ondersteuning van een reeds ingeleide herstelvordering, ook al ging deze herstelvordering uit van een ander bestuur.

2. Artikel 6.1.7 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt: "De stedenbouwkundige inspecteur en het college van burgemeester en schepenen kunnen slechts overgaan tot het inleiden van een herstelvordering voor de rechter of tot het ambtshalve uitvoeren van een herstelmaatregel, wanneer de Hoge Raad [voor het Handhavingsbeleid] daartoe voorafgaandelijk een positief advies heeft verleend."

Artikel 6.1.41, § 6, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt: "Op straffe van onontvankelijkheid voegt het bestuur het positief advies, vermeld in artikel 6.1.7, aan de herstelvordering toe, onverminderd artikel 6.1.9, derde en vierde lid, en artikel 6.1.10, tweede lid."

Uit die laatste bepaling volgt dat het verkrijgen van een tijdig uitgebracht positief advies van de Hoge Raad een ontvankelijkheidsvoorwaarde is om de herstelvordering in te leiden. Het bestuur moet op straffe van onontvankelijkheid het positief advies kunnen toevoegen aan de herstelvordering.

3. Nergens in het decreet is als uitzondering op deze substantiële vormvereiste bepaald dat het advies van de Hoge Raad pas vereist is als de vordering van het ene bevoegde bestuur inhoudelijk verschilt van de voordien ingestelde vordering van het andere daartoe bevoegde bestuur.

4. De vordering waarbij het ene bevoegde herstelvorderende bestuur zich aansluit bij de herstelvordering die het andere daartoe bevoegde bestuur vooraf heeft ingesteld, heeft een zelfstandig karakter. Haar bestaan is niet afhankelijk van de voordien ingestelde vordering maar wordt uitsluitend bepaald door het bestuur die ze heeft ingesteld. Het betreft aldus een nieuwe vordering waarvoor het voorafgaande positief advies van de Hoge Raad is vereist.

De appelrechters die in die zin beslissen, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten op 281,57 euro, waarvan 118,17 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 25 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Herstelvordering

  • Vordering uitgaand van een daartoe bevoegd bestuur

  • Latere vordering van een ander daartoe bevoegd bestuur die zich aansluit bij de eerdere vordering

  • Aard

  • Gevolg

  • Ontvankelijkheid