- Arrest van 26 oktober 2011

26/10/2011 - P.11.1199.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De burgerlijke rechtsvordering kan voor het strafgerecht worden ingesteld door eenieder die reden heeft te beweren dat hij persoonlijk is benadeeld door het misdrijf waarvoor de strafvordering is ingesteld, m.a.w. door eenieder die verantwoordt dat hij door dat misdrijf geschaad kon zijn in zijn persoon, in zijn goederen of in zijn eer (1). (1) Zie Cass. 11 feb. 2003, AR P.02.0394.N, AC, 2003, nr. 94.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1199.F

I. V. H.,

II. V. H.,

III. V. H.,

Mr. Adrien Masset, advocaat bij de balie te Verviers, en mr. Sandra Berbuto, advocaat bij de balie te Luik,

het tweede en derde cassatieberoep tegen

1. R. H.,

2. CHILD FOCUS, Stichting voor Verdwenen en Seksueel Uitgebuite Kinderen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn respectievelijk gericht tegen een beschikking tot verwijzing van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Luik van 5 november 2009, tegen een arrest alvorens recht te doen van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 22 maart 2011, en tegen een arrest van datzelfde hof van beroep van 23 mei 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

C. Cassatieberoep tegen het arrest van 23 mei 2011

2. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen die op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder, uitspraak doen over

a. het beginsel van aansprakelijkheid

Vijfde middel

Het middel dat de schending aanvoert van de artikelen 149 Grondwet, 17 en 18 Gerechtelijk Wetboek en 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, oefent kritiek uit op de beslissing over de ontvankelijkheid van de burgerlijke rechtsvordering.

De verplichting om de vonnissen en arresten met redenen te omkleden is een vormvereiste. In zoverre het middel kritiek uitoefent op de kwaliteit van de motivering en van het antwoord op de conclusie, veeleer dan op het gebrek aan motivering of antwoord, faalt het naar recht.

In zoverre het aanvoert dat de rechter moet antwoorden op loutere beweringen of argumenten, terwijl hij alleen dient te antwoorden op de middelen die hem in een vordering, verweer of exceptie worden voorgelegd, faalt het eveneens naar recht.

De burgerlijke rechtsvordering kan voor het strafgerecht worden ingesteld door eenieder die reden heeft om te beweren dat hij persoonlijk is benadeeld door het misdrijf waarvoor de strafvordering is ingesteld, met andere woorden door eenieder die verantwoordt dat hij door dat misdrijf geschaad kon zijn, in zijn persoon, in zijn goederen of in zijn eer. Bij het onderzoek van de ontvankelijkheid van haar rechtsvordering dient de burgerlijke partij het bewijs niet te leveren van de schade, de omvang ervan of het oorzakelijk verband tussen die schade en het misdrijf dat de beklaagde ten laste is gelegd: het volstaat dat zij, op het eerste zicht, een rechtmatig belang heeft om zich burgerlijke partij te stellen.

Het middel dat aanvoert dat de ontvankelijkheid van een burgerlijkepartijstelling afhangt van het bewijs van een oorzakelijk verband tussen de aangevoerde schade en het misdrijf, hoewel dit bewijs niet op de ontvankelijkheid maar op de gegrondheid zelf van de burgerlijke rechtsvordering betrekking heeft, faalt ook om die reden naar recht.

In zoverre het middel aanvoert dat bepaalde vermeldingen in het arrest in strijd zijn met het dossier, zonder het aldus bedoelde stuk aan te wijzen en zonder aan te voeren dat de appelrechters de bewijskracht ervan hebben miskend, is het niet ontvankelijk, omdat het kritiek uitoefent op de feitelijke beoordeling van de appelrechters of een onderzoek van feiten vergt waarvoor het Hof niet bevoegd is.

b. de omvang van de schade

De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep tegen het arrest van 23 mei 2011 in zoverre het, op de burgerlijke rechtsvordering van R. H., uitspraak doet over de omvang van de schade.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Verwerpt beide andere cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Martine Regout en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Burgerlijke rechtsvordering voor het strafgerecht

  • Burgerlijke partijstelling

  • Voorwaarde

  • Persoon die beweert persoonlijk door het misdrijf te zijn benadeeld