- Arrest van 26 oktober 2011

26/10/2011 - P.11.0808.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Naar luid van artikel 245 van het Strafwetboek bestaat strafbare inmenging erin dat iemand die een openbaar ambt uitoefent, een handeling stelt of een toestand gedoogt waardoor hij voordeel kan halen uit zijn ambt en waardoor hij het algemeen belang vermengt met zijn privaat belang; dat misdrijf houdt in dat de persoon die een openbaar ambt uitoefent een belang neemt in de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken die tot zijn ambtsbevoegdheid behoren, door zich te mengen in aangelegenheden waartoe hij niet bevoegd is en die daarmee onverenigbaar zijn (1). (1) Zie concl. OM in Pas., 2011, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0808.F

R. C.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie, en mrs. Joël-Pierre Bayer, advocaat bij de balie te Namen, en Laurence Némery de Bellevaux, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 23 maart 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 5 augustus 2011 een conclusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 26 oktober 2011 heeft raadsheer Benoît Dejemeppe verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Het middel dat schending aanvoert van artikel 149 Grondwet en artikel 245 Strafwetboek, verwijt het arrest dat het niet onderzoekt of de door de eiser gestelde handelingen het openbaar belang hebben geschaad en of ze zijn belangen concreet hebben kunnen bevorderen.

Artikel 245, eerste lid, straft met name iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die enig belang, welk het ook zij, neemt of aanvaardt in de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie waarover hij ten tijde van de handeling geheel of ten dele het beheer of het toezicht had. Het tweede lid van die bepaling preciseert dat de strafbaarstelling niet toepasselijk is op hem die in de gegeven omstandigheden zijn private belangen door zijn betrekking niet kon bevorderen en openlijk heeft gehandeld.

Strafbare inmenging bestaat erin dat iemand die een openbaar ambt uitoefent, een handeling stelt of een toestand gedoogt waardoor hij voordeel kan halen uit zijn ambt en waardoor hij het algemeen belang vermengt met zijn privaat belang. Dat misdrijf houdt in dat de persoon die een openbaar ambt uitoefent belang heeft bij de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken die tot zijn ambt behoren, door zich in te mengen in zaken vreemd aan zijn bevoegdheid en die daarmee onverenigbaar zijn. Het feit dat het openbaar belang hierbij niet is geschaad, sluit het misdrijf niet uit.

In strijd met wat het middel aanvoert, dient de rechter niet te onderzoeken of de handeling die de dader wordt ten laste wordt gelegd, het openbaar belang heeft geschaad.

Anderzijds stelt de voormelde bepaling het nemen van enig materieel of moreel belang strafbaar.

De appelrechters oordelen eerst dat de eiser in zijn hoedanigheid van schepen van openbare werken een belang had genomen door twee contracten toe te wijzen aan een vennootschap waarvan hij, buiten medeweten van de gemeente, de enige aandeelhouder was en waarin zijn zoon, diens vriendin en haar kinderen een bestuursfunctie waarnamen. Zij vermelden vervolgens dat de eiser op het einde van het boekjaar mogelijke dividenden kon ontvangen en dat hij een moreel belang erbij had de onder zijn beheer en toezicht vallende werkzaamheden toe te vertrouwen aan die vennootschap wegens zijn familiebanden en zijn affectieve banden met de bestuurders van de vennootschap.

Met die overwegingen omkleedt het arrest zijn beslissing regelmatig met redenen en verantwoordt ze naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Belangenneming