- Arrest van 26 oktober 2011

26/10/2011 - P.11.0561.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Opzettelijke schuld, die krachtens artikel 8, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst, de dekking van de verzekeraar uitsluit, is die welke de wil inhoudt om schade te veroorzaken en niet gewoon de wil om het risico op schade te scheppen; opdat de verzekeraar van dekking zou zijn bevrijd, volstaat het, maar is het wel noodzakelijk, dat de schade gewild was, vermits de schuld opzettelijk is, zelfs als de aard of de omvang van het schadegeval niet als dusdanig door de pleger was beoogd (1). (1) Zie Cass. 24 april 2009, AR C.07.0471.N, AC, 2009, nr. 278.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0561.F

I. 1. N. B.,

optredend in eigen naam en in de hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder over de goederen van haar zoon J.-G. D.,

2. R. D.,

3. M.-N. D.,

II. LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, verzekeringsorganisme,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

beide cassatieberoepen tegen

1. L. N.,

2. P&V VERZEKERINGEN, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 21 februari 2011.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers tegen de verweerder, uitspraak doen over

1. het beginsel van aansprakelijkheid

De eisers voeren geen middel aan.

2. de omvang van de schade

De eisers doen afstand van hun cassatieberoep.

B. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers tegen de verweerster

Middel

Het bestreden arrest wordt verweten dat het artikel 8, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst schendt door te oordelen dat het misdrijf van het niet-verlenen van bijstand aan een persoon in gevaar dat lastens de verweerder bewezen wordt verklaard, door zijn opzettelijke fout is veroorzaakt, wat de waarborg van de verzekeraar uitsluit.

Naar luid van die wetsbepaling kan de verzekeraar, niettegenstaande enig andersluidend beding, niet verplicht worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.

De opzettelijke fout, die de dekking van de verzekeraar uitsluit, is die welke de wil inhoudt om schade te veroorzaken en niet gewoon de wil om het risico op schade te creëren.

Opdat de verzekeraar van dekking zou zijn bevrijd, volstaat het, maar is het wel noodzakelijk, dat de schade gewild werd. Zodra die voorwaarde vervuld is, is de fout opzettelijk, zelfs als de aard of de omvang van het schadegeval niet als dusdanig door de pleger was beoogd.

Het arrest leidt het opzettelijk karakter van het schadegeval alleen af uit het feit dat de beklaagde op de hoogte was van het gevaar dat het slachtoffer liep en dat hij opzettelijk verzuimd heeft te handelen.

Die grond volstaat niet om de beslissing naar recht te verantwoorden omdat het opzet dat in de volgens het middel geschonden bepaling vereist is, betrekking heeft op de schade en niet beperkt kan worden tot het opzettelijke karakter van de schadeverwekkende gedraging.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van de cassatieberoepen in zoverre zij gericht zijn tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers tegen de verweerder, uitspraak doen over de omvang van de schade.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers tegen de verweerster.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt elke eiser in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep en de verweerster in de andere helft van de voormelde kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Dekking

  • Uitsluiting

  • Opzettelijke fout van de verzekerde