- Arrest van 27 oktober 2011

27/10/2011 - C.10.0388.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Indien de rechter de eenzijdige verbreking van de opdracht door de aanbestedende overheid niet rechtsgeldig verklaart, dan staat niets eraan in de weg dat de aanbestedende overheid alsnog de gerechtelijke ontbinding van de overeenkomst vordert krachtens artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek (1). (1) Zie de concl. van het O.M. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0388.N

AANNEMINGSBEDRIJF L. JANSSENS nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Boomsesteenweg 522,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

GEMEENTE BRASSCHAAT, vertegenwoordigd door het College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 2930 Brasschaat, Bredabaan 182,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 januari 2010.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 27 juni 2011 een conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. De aanbestedende overheid is niet meer gerechtigd de gerechtelijke ontbinding van de overeenkomst te vorderen op grond van artikel 1184 Burgerlijk Wetboek wanneer zij de opdracht voorheen reeds eenzijdig heeft verbroken met toepassing van de artikelen 20, § 6, en 48, § 1, van de algemene aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare werken, als bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken.

2. Indien de rechter de eenzijdige verbreking door de aanbestedende overheid niet rechtsgeldig verklaart, dan staat niets eraan in de weg dat de aanbestedende overheid alsnog de gerechtelijke ontbinding van de overeenkomst vordert krachtens artikel 1184 Burgerlijk Wetboek.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 972,89 euro en voor de verweerster op 312,54 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 27 oktober 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Algemene aannemingsvoorwaarden

  • Aanbestedende overheid

  • Opdracht

  • Eenzijdige verbreking

  • Niet rechtsgeldig verklaard door de rechter

  • Gevolg

  • Vordering tot gerechtelijke ontbinding

  • Mogelijkheid