- Arrest van 9 november 2011

09/11/2011 - P.11.0759.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Vandermeersch.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0759.F

GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, onderlinge verzekeringsmaatschappij,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

T. H.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Bergen van 10 maart 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 19 september 2011 een conclusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 9 november 2011 heeft afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

In een conclusie die hij op de rechtszitting van de correctionele rechtbank van 8 februari 2011 heeft neergelegd, verzoekt de eiser dat de verweerder, gesteld dat die aansprakelijk zou zijn voor het ongeval, zou worden veroordeeld om hem te vrijwaren tegen alle tegen hem uitgesproken veroordelingen.

Het bestreden vonnis verklaart die vordering tot vrijwaring niet ontvankelijk omdat zij niet tot de strafvordering behoort en de eiser geen burgerlijke partij is.

Het middel voert aan dat die beslissing met name artikel 19bis-17 schendt van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.

Krachtens de aangevoerde wetsbepaling kan het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds zich voor het strafgerecht burgerlijke partij stellen tegen de persoon die aansprakelijk is voor de door een motorrijtuig veroorzaakte schade. De wet preciseert evenwel dat die vordering openstaat voor het Fonds, ingeval het de schade heeft vergoed.

Uit de vermeldingen van het vonnis en uit de conclusie die de eiser voor de bodemrechters heeft neergelegd blijkt dat laatstgenoemde de aansprakelijkheid voor het ongeval uitsluitend heeft gelegd bij degene die de letsels heeft opgelopen als omschreven in de aan de verweerder ten laste gelegde feiten.

Aangezien het Fonds niet is overgegaan tot vergoeding van de schade maar, integendeel, heeft aangevoerd dat zij noch door de verweerder noch door het Fonds zelf diende vergoed te worden, heeft het niet de hoedanigheden van burgerlijke partij of in de plaats gestelde partij als bedoeld in de artikelen 19bis-14 en 19bis-17 van de wet van 21 november 1989 en kan het niet beschouwd worden als een persoon die de door het misdrijf veroorzaakte schade heeft geleden, in de zin van artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering.

Bijgevolg verklaart het vonnis de vordering van het Fonds tot vrijwaring tegen de veroordelingen waaraan het zou worden blootgesteld indien de tenlastegelegde feiten bewezen zouden worden verklaard, ook al betwist hij die, naar recht niet ontvankelijk.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 9 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Burgerlijke rechtsvordering voor de strafrechter

  • W.A.M.-verzekering

  • Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds

  • Indeplaatsstelling

  • Burgerlijke partijstelling van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds tegen de voor het ongeval aansprakelijke persoon