- Arrest van 9 november 2011

09/11/2011 - P.11.1162.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hoewel de aangifte van schuldvordering de schuldeiser geen uitvoerbare titel verleent, ontneemt ze hem niet het recht om zich voor hetzelfde bedrag burgerlijke partij te stellen; daaruit volgt evenwel niet dat de strafrechter, op de burgerlijke rechtsvorderingen van de curator en de benadeelde schuldeiser, de beklaagde kan veroordelen om laatstgenoemde een schuldvordering terug te betalen waarvan het bedrag deel uitmaakt van de eveneens aan eerstgenoemde toegekende vergoeding (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2011, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1162.F

Y. V.,

Mr. Alain Delfosse, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. CITROEN BELUX nv,

2. RENAULT MOTORS nv,

3. mr. Luc GOETHALS, advocaat, in de hoedanigheid van curator van het faillissement van de nv Az Constructors,

4. mr. Christine JEEGERS, advocaat, in de hoedanigheid van curator van het faillissement van de nv Strateteq,

5. mr. Eléonore WESTERLINCK, advocaat, in de hoedanigheid van curator van het faillissement van de bvba Giardino d'Italia.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 1 juni 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen van de vierde en vijfde verweerster, uitspraak doen over

1. het beginsel van de aansprakelijkheid

De eiser voert geen middel aan.

2. de omvang van de schade

De eiser doet, zonder erin te berusten, afstand van zijn cassatieberoep.

C. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van de eerste drie verweerders

De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van Meester Luc Goethals, qualitate qua.

Het arrest kent die verweerder de door hem gevorderde provisionele schadevergoeding toe. Het houdt over geen enkel punt van zijn vordering de beslissing aan, zodat de beslissing een eindbeslissing is in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.

Aangezien de afstand berust op de bewering van het tegendeel, is zij door dwaling ingegeven en kan bijgevolg geen akte daarvan worden verleend.

Middel

Tweede onderdeel

De eiser heeft een conclusie ingediend waarin hij aanvoert dat de door de verweersters gevorderde bedragen een deel van het passief uitmaken waarvan de curator die namens de failliete boedel optreedt in de hoedanigheid van burgerlijke partij, eveneens betaling vordert.

Het arrest verwerpt dat verweer op grond dat de schuldeiser, enerzijds, aangifte kan doen van zijn schuldvordering op de failliete boedel en, anderzijds, voor de strafrechter schadevergoeding kan vorderen in zijn hoedanigheid van slachtoffer van het misdrijf.

De aangifte van schuldvordering die de schuldeiser geen uitvoerbare titel verleent, ontneemt hem niet het recht om zich voor hetzelfde bedrag burgerlijke partij te stellen. Daaruit volgt evenwel niet dat de strafrechter de beklaagde, op de burgerlijke rechtsvorderingen van de curator en de benadeelde schuldeiser, kan veroordelen om laatstgenoemde een schuldvordering terug te betalen waarvan het bedrag deel uitmaakt van de eveneens aan eerstgenoemde toegekende vergoeding.

De appelrechters die alleen op grond van de voormelde uiteenzetting zowel de vorderingen van de curator als die van de benadeelde schuldeisers toewijzen, hoewel de eiser opkomt tegen het feit dat de over en weer gevorderde bedragen elkaar overlappen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen van Meesters Christine Jeegers en Eléonore Westerlinck, qualitate qua, uitspraak doen over de omvang van de schade.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorderingen van de drie overige verweerders.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eerste drie verweerders ieder in één vijfde van de kosten van het cassatieberoep en de eiser in de twee overige vijfde.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 9 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Aangifte van schuldvordering

  • Draagwijdte

  • Recht van de schuldeiser om zich burgerlijke partij te stellen tegen de foutieve zaakvoerder

  • Gezamenlijke vordering van de curator