- Arrest van 10 november 2011

10/11/2011 - C.10.0493.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 1022, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek verhindert niet dat de rechter voor de bijzondere motivering van zijn beslissing over de minimum rechtsplegingsvergoeding, verwijst naar de motivering over de veroordeling wegens tergend en roekeloos geding.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0493.N

1. S V,

2. R V M,

eisers,

aan wie rechtsbijstand werd verleend bij beslissing van 3 augustus 2010 (G.10.0029.N),

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

1. D D,

verweerder,

2. B V, als voogd ad hoc over de niet-ontvoogde minderjarige C V,

in bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 november 2009.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 1022, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns juridische bijstand geniet, de rechtsplegingsvergoeding wordt vastgelegd op het door de Koning vastgestelde minimum, tenzij in geval van een kennelijk onredelijke situatie. De rechter motiveert in het bijzonder zijn beslissing op dit punt.

2. Anders dan waarvan het middel uitgaat, verhindert voormelde bepaling niet dat de rechter voor de bijzondere motivering van zijn beslissing over de minimum rechtsplegingsvergoeding, verwijst naar de motivering over de veroordeling wegens tergend en roekeloos geding.

Het middel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 678,70 euro in debet.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 10 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Rechtsplegingsvergoeding

  • Minimum

  • Bijzondere motivering

  • Vorm