- Arrest van 15 november 2011

15/11/2011 - P.11.0563.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter die, wegens de omstandigheden van de zaak, in toepassing van artikel 23, vierde lid, Taalwet Gerechtszaken verklaart dat hij niet kan ingaan op het verzoek van een of meer beklaagden om de zaak naar een gerecht van dezelfde rang te verwijzen, beoordeelt die omstandigheden in feite en derhalve onaantastbaar; het Hof gaat alleen na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen (1). (1) Cass. 3 maart 1999, AR P.99.0148.F, AC, 1999, nr. 128.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0563.N

P. D.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Denis Barth, advocaat bij de balie te Eupen, met kantoor te 4720 Kelmis, rue de la Chapelle 26, waar de eiser woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brugge van 16 februari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 23, derde en vierde lid, Taalwet Gerechtszaken: het bestreden vonnis wijst eisers verzoek om de rechtspleging in het Duits te laten geschieden af wegens omstandigheden die niet eigen zijn aan de zaak, maar die voor alle zaken gelden.

2. De rechter die, wegens de omstandigheden van de zaak, in toepassing van artikel 23, vierde lid, Taalwet Gerechtszaken verklaart dat hij niet kan ingaan op het verzoek van een of meer beklaagden om de zaak naar een gerecht van dezelfde rang te verwijzen, beoordeelt die omstandigheden in feite en derhalve onaantastbaar.

Het Hof gaat alleen na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.

3. In zoverre het onderdeel opkomt tegen het oordeel in feite van de appelrechters, is het niet ontvankelijk.

4. Het bestreden vonnis wijst eisers verzoek om de zaak te verwijzen naar een gerecht van dezelfde rang met het Duits als taal van de rechtspleging af onder meer op de grond dat het een zaak betreft waar korte verjaringstermijnen spelen.

Met die zelfstandige reden verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

5. In zoverre het onderdeel betrekking heeft op de overige redenen op grond waarvan de appelrechters eisers verzoek hebben afgewezen, is het gericht tegen overtollige redenen.

In zoverre kan het onderdeel, al was het gegrond, niet tot cassatie leiden en is het niet ontvankelijk.

Eerste onderdeel

6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 43quinquies, § 1, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken: de appelrechters wijzen eisers verzoek om de rechtspleging in het Duits te laten geschieden af op grond dat zij de Duitse taal voldoende machtig zijn om de eiser te begrijpen, terwijl niet blijkt dat zij geslaagd zijn in het examen waaruit de kennis van die andere taal blijkt.

7. Het onderdeel is geheel afgeleid uit de vergeefs met het tweede onderdeel aangevoerde onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 57,12 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem en op de openbare rechtszitting van 15 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Taalgebruik gerechtszaken

  • Strafzaken

  • Verzoek tot verwijzing van de zaak naar een ander rechtscollege van dezelfde rang

  • Omstandigheden van de zaak

  • Onaantastbare beoordeling door de feitenrechter