- Arrest van 17 november 2011

17/11/2011 - C.10.0453.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De partijen kunnen door het hoger beroep en het incidenteel beroep de grenzen bepalen waarbinnen de appelrechter uitspraak moet doen over de betwisting die aan de eerste rechter is voorgelegd (1). (1) Zie Cass. 28 sept. 2009, AR S.09.0012.F, AC, 2009, nr. 532.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0453.N

THOMAS DE RUDDER cva, met zetel te 6000 Charleroi, Boulevard de l'Yser 4,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

THE STING bvba, met zetel te 2600 Berchem (Antwerpen), Posthofbrug 10/4,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 18 april 2008.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Luidens artikel 1068 Gerechtelijk wetboek maakt een hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep.

Deze verwijst de zaak alleen dan naar de eerste rechter, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

2. Hieruit volgt dat de rechter die uitspraak moet doen over het hoger beroep tegen het vonnis dat een vordering ontvankelijk verklaart en vooraleer te oordelen over de grond het debat heropent, en die dit hoger beroep niet gegrond verklaart, zelf moet oordelen over de grond van het geschil.

3. De partijen kunnen weliswaar door het hoger beroep en het incidenteel beroep de grenzen bepalen waarbinnen de appelrechter uitspraak moet doen over de betwisting die aan de eerste rechter is voorgelegd.

4. Uit dit alles volgt dat in geval van een onbeperkt hoger beroep de zaak in haar geheel bij de rechter in hoger beroep aanhangig is. Hij moet er dan ook uitspraak over doen.

5. De appelrechters beslissen dat zij geen rechtsmacht hebben om te oordelen over de grond van het geschil, omdat de eiser geen incidenteel beroep heeft ingesteld. Aldus schenden ze artikel 1068 Gerechtelijk Wetboek.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

6. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden

Verwijzing

7. De rechtbank van koophandel te Antwerpen, zetelend in hoger beroep, die ten onrechte de grond van de zaak niet heeft behandeld, kan de zaak verder beoordelen. Er is dus geen aanleiding tot verwijzing.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre de appelrechters oordelen dat hun rechtsmacht is uitgeput en uitspraak doen over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent aan de feitenrechter over.

Zegt dat er geen aanleiding is tot verwijzing.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Edward Forrier en Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare rechtszitting van 17 november 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Devolutieve kracht

  • Draagwijdte

  • Beperking