- Arrest van 18 november 2011

18/11/2011 - C.11.0676.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 842 van het Gerechtelijk Wetboek, dat geen onderscheid maakt naargelang het vorige verzoek onontvankelijk of niet-gegrond werd verklaard, volgt dat een nieuw verzoek tot wraking onontvankelijk is, als het dezelfde feiten aanvoert als het vorige (1). (1) Om de procedures tot wraking en tot onttrekking van de zaak aan de rechter te harmoniseren, werd artikel 842 Gerechtelijk Wetboek ingevoegd bij de wet van 10 juni 2001, in overeenstemming met artikel 659 van dat wetboek (Gedr.St. Kamer, zitt. 1999-2000, Doc. 0886/001, p. 13). Met betrekking tot de toepassing van dat artikel heeft het Hof, in een arrest van 24 feb. 2005 (AC, nr. 117) beslist dat uit die bepaling, die geen onderscheid maakt naargelang het vorige verzoek onontvankelijk of niet-gegrond werd verklaard, volgt dat een nieuw verzoek tot wraking onontvankelijk is, als het dezelfde feiten aanvoert als het vorige. Dat arrest vormt slechts de bevestiging van de rechtspraak van het Hof die onder meer vervat is in zijn arresten van 21 nov. 1985 (AC, 1986, nr. 197), 11 juni 1976 (AC, 1976, 1140) en 8 maart 1976 (AC, 5 maart 1976, 770).

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0676.F

P. V.

Mr. Inès Wouters, advocaat bij de balie van Brussel,

verzoeker tot wraking in zijn zaak die op de algemene rol van het arbeidshof te Brussel ingeschreven is onder het nummer 2006/AB/49.093 tegen

RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Bij een met redenen omklede en door meester I.W., advocaat bij de balie van Brussel ondertekende akte die op 18 oktober 2011 is ingekomen op de griffie van het arbeidshof te Brussel, vraagt de verzoeker dat de voorzitter van de vierde kamer van dat gerecht wordt gewraakt.

Mevrouw F.B., raadsheer in het arbeidshof, heeft op 19 oktober 2011, in haar hoedanigheid van voorzitter van de vierde kamer van dat hof, de in artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring gesteld waarin haar met redenen omklede weigering om zich van de zaak te onthouden vervat is.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Luidens artikel 842 Gerechtelijk Wetboek belet het vonnis of arrest dat een verzoek tot wraking van een rechter heeft verworpen, niet dat een nieuw verzoek wordt ingesteld wegens feiten die zich sedert de uitspraak voorgedaan hebben.

Uit die bepaling, die geen onderscheid maakt naargelang het vorige verzoek onontvankelijk of niet-gegrond werd verklaard, volgt dat een nieuw verzoek tot wraking onontvankelijk is, als het dezelfde feiten aanvoert als het vorige.

Een eerder verzoek van de eiser dat strekte tot de wraking van dezelfde magistraat, werd verworpen bij arrest van het Hof van 7 oktober 2011.

Het nieuwe verzoek voert dezelfde feiten aan als het verzoek dat door dat arrest werd verworpen.

Het verzoek is niet ontvankelijk.

De door de verzoeker voorgestelde prejudiciële vraag dient niet aan het Grondwettelijk Hof te worden gesteld, aangezien zij geen verband houdt met artikel 842 Gerechtelijk Wetboek op grond waarvan deze vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de wraking;

Stelt de gerechtsdeurwaarder Patrick Verhamme, Kroonlaan 358 te Elsene aan om het arrest ten verzoeke van de griffier binnen achtenveertig uren aan de partijen te betekenen;

Veroordeelt de verzoeker in de kosten, met inbegrip van die van de betekening van dit arrest.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Martine Regout en Pierre Cornelis, en in openbare terechtzitting van 18 november 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De waarnemend eerste voorzitter,

Vrije woorden

  • Verzoek tot wraking van een rechter

  • Verwerping van dat verzoek

  • Indiening van een nieuw verzoek dat op dezelfde feiten is gegrond

  • Ontvankelijkheid