- Arrest van 18 november 2011

18/11/2011 - D.11.0006.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De omstandigheid dat de beslissing van de tuchtraad in beroep van de advocaten niet vaststelt dat het openbaar ministerie aanwezig was bij de uitspraak is niet in strijd met de vermelding in het proces-verbaal van de terechtzitting volgens welke die uitspraak plaatsvond in tegenwoordigheid van het openbaar ministerie.

Arrest - Integrale tekst

Nr. D.11.0006.N

STAFHOUDER VAN DE FRANSE ORDE VAN ADVOCATEN VAN DE BALIE VAN BRUSSEL

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. S. B.

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van 16 februari 2011 van de Franstalige en Duitstalige tuchtraad in beroep van de advocaten.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In zijn cassatieverzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiser drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

De omstandigheid dat de bestreden beslissing niet vaststelt dat het openbaar ministerie aanwezig was bij de uitspraak is niet in strijd met de vermelding in het proces-verbaal van de terechtzitting volgens welke die uitspraak plaatsvond in tegenwoordigheid van het openbaar ministerie.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

Artikel 782bis van het Gerechtelijk Wetboek verbiedt niet dat de beslissing van de tuchtraad in beroep van de advocaten wordt uitgesproken door de voorzitter van de kamer die ze gewezen heeft, en de secretaris-advocaat, die samen met die voorzitter en vier assessoren de kamer vormt krachtens artikel 465, § 2, Gerechtelijk Wetboek.

Het onderdeel dat van het tegenovergestelde uitgaat, faalt naar recht

Tweede middel

Eerste onderdeel

Artikel 508/8, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de Orde van advocaten toeziet op de kwaliteit van de prestaties die door de advocaten worden verstrekt in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand. Het tweede lid bepaalt dat de raad van de Orde, in geval van tekortkoming, met een met redenen omklede beslissing een advocaat kan schrappen van de in artikel 508/7 van dat wetboek bedoelde lijst van advocaten die wensen prestaties te verrichten in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand.

De bestreden beslissing die oordeelt dat, aangezien de straf schrapping van de lijst eenmalig, streng en facultatief is, slechts kan worden opgelegd in omstandigheden die voldoende ernstig zijn en een kennelijke inbreuk inhouden op de doelstellingen van de wetten op de juridische bijstand, schendt artikel 508/8 Gerechtelijk Wetboek niet.

Tweede onderdeel

Nadat de bestreden beslissing de in het antwoord op het eerste onderdeel vermelde overweging heeft gemaakt, onderzoekt zij de tegen de eerste verweerder gemaakte bezwaren, oordeelt zij dat er vier daarvan bewezen zijn en beslist zij dat die bezwaren, hoewel ze blijk geven van een laakbaar tekort aan nauwkeurigheid, niet rechtvaardigen dat de verweerder van de lijst wordt geschrapt.

Door aldus uitspraak te doen, doet de bestreden beslissing over de zaak waarvan zij heeft kennisgenomen, geen uitspraak bij wege van algemene en als regel geldende beschikking en schendt zij, bijgevolg, artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek niet.

De onderdelen kunnen niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep;

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 18 november 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Tucht

  • Uitspraak van de beslissing

  • Aanwezigheid van het openbaar ministerie

  • Vermelding in het proces-verbaal van de terechtzitting