- Arrest van 21 november 2011

21/11/2011 - S.10.0215.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het arrest stelt vast dat een drankautomaat met flesjes plat of bruisend water ter beschikking van de werknemers stond tegen tegen een bepaalde prijs, dat er geen dubbel gebruik was tussen het toekennen van de premie in kwestie en het ter beschikking stellen van water en dat het bescheiden bedrag van die premie de waarde van de prestatie bij equivalent niet overschreed, en verantwoordt aldus zijn beslissing naar recht dat de premie in geen geval een vorm van loon voor de werknemers is in de zin van artikel 2, eerste lid, 3° van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, doch de uitvoering van de verplichting van de werkgever bij equivalent.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0215.F

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

SOCIÉTÉ BELGE D'OXYCOUPAGE nv,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het arbeidshof te Luik van 28 mei 2010.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert een middel aan dat luidt als volgt :

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 14, § 1 en 2, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt het loon waarop de bijdragen voor sociale zekerheid worden berekend doorgaans bepaald bij artikel 2 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.

Volgens artikel 2, eerste lid, 3°, van die wet, wordt verstaan onder "loon" de in geld waardeerbare voordelen waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever.

Artikel 19, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders bepaalt dat, met afwijking, niet als loon worden aangemerkt de bedragen die gelden als terugbetaling van de kosten die de werknemer heeft verricht om zich van zijn woonplaats naar zijn werkplaats te begeven, alsook de kosten die ten laste van zijn werkgever vallen.

Artikel 73 van het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming en van de reglementering van het welzijn op het werk verplicht de werkgever om drinkwater of een aangepaste drank te verstrekken aan de werknemers.

Het arrest stelt vast dat een drankautomaat met flesjes plat of bruisend water ter beschikking van de werknemers stond tegen de prijs van 25 of 30 frank per flesje, dat er bijgevolg geen dubbel gebruik was tussen het toekennen van de premie en het ter beschikking stellen van water [en dat] het bescheiden bedrag van de premie de waarde van de prestatie bij equivalent niet overschreed.

Op grond van die vaststellingen konden de rechters in hoger beroep wettig beslissen dat de litigieuze premie "in geen geval een vorm van loon voor de werknemers is, [dat] de werkgever hiermee geen kosten van de werknemers ten laste neemt maar, integendeel, zijn verplichting bij equivalent uitvoert."

Voor het overige sluiten de aanwezigheids- en anciënniteitsvereisten van de premie niet uit dat zij de kosten ten laste van de werkgever compenseert.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

Krachtens artikel 97 van het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming en de reglementering van het welzijn op het werk, stellen de werkgevers drinkwater of een andere drank, die volgens het advies van de arbeidsgeneesheer, aangepast is in hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur aan het soort werk dat uitgevoerd wordt, ter beschikking van hun personeel; wanneer de klimatologische omstandigheden het vereisen en in elk geval wanneer de buitentemperatuur lager dan 5°C is, wordt warme drank in voldoende hoeveelheid verstrekt aan de werknemers op de werven; individuele drinkbekertjes, eventueel van het wegwerpsoort, worden ter beschikking gesteld en de distributiepunten zijn gemakkelijk bereikbaar.

Noch die bepaling, noch voornoemd artikel 73 van het algemeen reglement sluiten uit dat de werknemers een premie of een forfaitaire geldsom mogen krijgen waarmee ze drank kunnen kopen op de plaats waar zij hun werk uitoefenen.

Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof

Verwerpt de voorziening.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Martie Regout, alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 21 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Begrip

  • Arbeid

  • Arbeidsbescherming en reglementering van het welzijn op het werk

  • Verplichting van de werkgever

  • Verstrekken van water

  • Premie