- Arrest van 22 november 2011

22/11/2011 - P.11.0993.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 782 Gerechtelijk Wetboek, dat van toepassing is in strafzaken, is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid en is evenmin substantieel (1). (1) G.-F. Raneri en M. Traest, De toepassing van het Gerechtelijk Wetboek in strafzaken: artikelsgewijze bespreking van de rechtspraak van het Hof, Verslag van het Hof van Cassatie 2005, p. 199 e.v.; Cass. 28 september 2010, AR P.10.0513.N (onuitgegeven); Cass. 23 november 2010, AR P.10.1235.N (onuitgegeven).

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0993.N

W M J J- B,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Roger Vanhoyland, advocaat bij de balie te Hasselt.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 27 april 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 783 (lees: 782) Gerechtelijk Wetboek: het arrest dat werd uitgesproken door één raadsheer, werd pas nadien ondertekend door de overige twee raadsheren, zodat niet is gegarandeerd dat het ondertekende arrest conform is aan wat werd uitgesproken; de eiser kan hierdoor niet nagaan of de strafverzwaring daadwerkelijk werd beslist met eenparige stemmen.

2. Artikel 782 Gerechtelijk Wetboek bepaalt:

"Voor de uitspraak wordt het vonnis ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier.

Het eerste lid is evenwel niet van toepassing indien de rechter of rechters oordelen dat het vonnis onmiddellijk na de debatten kan worden uitgesproken."

Krachtens artikel 782bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters en, behalve voor straf- en in voorkomend geval voor tuchtzaken, van het openbaar ministerie.

3. Artikel 782 Gerechtelijk Wetboek dat van toepassing is in strafzaken, is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid. Het is evenmin substantieel.

4. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. In zoverre het middel een tegenstrijdigheid aanvoert tussen de vermeldingen van het arrest en van het proces-verbaal van de rechtszitting van 27 april 2011, mist het feitelijke grondslag.

6. Het arrest dat ondertekend is door alle raadsheren die het hebben gewezen, vermeldt dat het artikel 211bis Wetboek van Strafvordering toepast en is gewezen met eenparigheid van stemmen.

In zoverre het middel aanvoert dat niet kan worden nagegaan of met de vereiste eenparigheid tot strafverzwaring werd beslist, mist het eveneens feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 72,80 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 22 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Vonnis of arrest

  • Uitspraak

  • Ondertekening van de beslissing

  • Chronologie van de uitspraak en van de ondertekening

  • Artikel 782 Gerechtelijk Wetboek

  • Toepasselijkheid

  • Aard