- Arrest van 23 november 2011

23/11/2011 - P.11.0668.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De staat van herhaling wijzigt het bij wet bepaalde strafbaar feit niet; daaruit volgt dat, wanneer het in artikel 34, §2, bepaalde wanbedrijf alcoholintoxicatie in staat van herhaling is gepleegd, daarvoor de verjaringstermijn van drie jaar geldt (1). (1) Zie Cass. 8 nov. 1976, AC, 1977, p. 278.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0668.F

S. C.,

Mr. Joël Baudouin, advocaat bij de balie te Neufchâteau.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Neufchâteau van 2 maart 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

De eiser voert aan dat de rechtbank in hoger beroep de vervolgingen niet ontvan-kelijk had moeten verklaren wegens verjaring. Wat dat betreft houdt hij voor dat, ofschoon artikel 68 Wegverkeerswet, voor het bij artikel 34, § 2, van die wet strafbaar gestelde feit van alcoholintoxicatie, een verjaringstermijn bepaalt van drie jaar, die termijn niet geldt wanneer dat misdrijf in staat van herhaling werd gepleegd onder de bij artikel 36, tweede lid, bepaalde voorwaarden, zodat de strafvordering, in dat geval, verjaart na verloop van één jaar.

De staat van herhaling wijzigt het bij wet bepaalde strafbaar feit niet. Daaruit volgt dat, wanneer het in artikel 34, § 2, bepaalde wanbedrijf alcoholintoxicatie in staat van herhaling is gepleegd, daarvoor de verjaringstermijn van drie jaar geldt.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing bevat geen onwettigheid die de eiser zou kunnen benadelen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 23 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van afgevaardigd griffier Aurore Decottignies.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Staat van herhaling

  • Gevolg voor de termijn