- Arrest van 24 november 2011

24/11/2011 - F.10.0096.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een middel dat steunt op een in het bestreden arrest begane materiële vergissing, kan niet tot cassatie leiden (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0096.N

1. J. K.,

2. I. A.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur van de directie Antwerpen II, met kantoor te 2500 Lier, Kruisbogenhofstraat 24, bus 1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 februari 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 21 juni 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Een middel dat steunt op een materiële vergissing, kan niet tot cassatie leiden.

2. De appelrechters stellen vast dat de eiser voorheen een advocatenpraktijk heeft gehad, die hij heeft ingebracht in een vennootschap.

Ze oordelen dat van de meerwaarden, "omschreven in artikel 24, eerste lid, 2°, WIB92" nog beroepskosten kunnen worden afgetrokken.

3. Uit het geheel van de redenen van het bestreden arrest blijkt dat de verwijzing naar voornoemd artikel 24, eerste lid, 2°, WIB92 uitsluitend berust op een materiële vergissing. De appelrechters hebben duidelijk artikel 28, 1°, WIB92 bedoeld. Die materiële vergissing kan dan ook niet tot cassatie leiden.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

4. Artikel 43 WIB92, zoals van toepassing voor het aanslagjaar 2002, bepaalt dat de verwezenlijkte meerwaarde gelijk is aan het positieve verschil tussen eensdeels de ontvangen vergoeding of de verkoopwaarde bij de vervreemding van het goed en anderdeels de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen en afschrijvingen.

Die bepaling sluit de verrekening als bedoeld in artikel 7, § 5, KB WIB92, niet uit van beroepskosten met de meerwaarde.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 44,02 euro en voor de verweerder op 146,24 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 24 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Middel dat steunt op een materiële vergissing