- Arrest van 24 november 2011

24/11/2011 - F.10.0110.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 9, § 1, derde en vierde lid, van het Mestdecreet sluit niet uit dat een transactie, bestaande uit verschillende handelingen, vanuit BTW-oogpunt als één overeenkomst kan worden beschouwd, waarbij het uitspreiden van de mest de hoofdverrichting is (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0110.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging van de e.a. inspecteur van het btw-ontvangkantoor te Roeselare, met kantoor te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

LANDBOUWWERKEN VERMEULEN PASSENDALE nv, met zetel te 8980 Zonnebeke-Passendale, Wieltjesstraat 3,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 16 februari 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 6 juni 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Met de redenen die het vermeldt, beantwoordt het arrest het verweer van de eiser.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

2. Het onderdeel gaat uit van de verkeerde veronderstelling dat artikel 9, § 1, derde en vierde lid, Mestdecreet uitsluit dat een transactie, bestaande uit verschillende handelingen, vanuit btw-oogpunt als één overeenkomst kan worden beschouwd, waarbij het uitspreiden van de mest de hoofdverrichting is.

Het onderdeel faalt naar recht.

Derde onderdeel

3. Ingevolge de niet-bestreden vaststellingen van het arrest zorgt de verweerster op eigen initiatief voor de uitspreiding van de mest of doet zij hiertoe beroep op een door haar gekozen zelfstandig aannemer.

Het onderdeel dat ervan uitgaat dat niet vaststaat of de mest zal worden uitgespreid, omdat een derde voor een andere bestemming zou kunnen opteren, mist feitelijke grondslag.

Vierde onderdeel

4. Het onderdeel dat aanvoert dat de appelrechters niet wettig hebben kunnen oordelen dat in de dienstverlening van de verweerster het uitspreiden van mest op landbouwgronden de hoofdverrichting was, vergt een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 384,15 euro en voor de verweerster op 187,98 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 24 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Tarief

  • Landbouwdiensten

  • Tarief van 6%

  • Diensten bestaande uit verschillende handelingen

  • Kwalificatie

  • Bepaling van de hoofdverrichting

  • Art. 9 Mestdecreet

  • Impact