- Arrest van 29 november 2011

29/11/2011 - P.11.0769.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit het feit, enerzijds, dat de correctionalisering van een misdaad wegens verzachtende omstandigheden voortvloeit uit de wet die op eenieder die zich in dezelfde rechtstoestand bevindt op gelijke wijze van toepassing is en wordt toegepast in het belang van de inverdenkinggestelde vermits deze daardoor niet meer kan veroordeeld worden tot een criminele straf en, anderzijds, dat de raadkamer onaantastbaar en met opgave van redenen beoordeelt of er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, waarbij de inverdenkinggestelde al zijn verweermiddelen kan laten gelden en waarbij het feit dat het openbaar ministerie de correctionalisering vordert daaraan geen afbreuk doet, volgt dat wanneer een inverdenkinggestelde aan wie een misdaad ten laste wordt gelegd, naar de correctionele rechtbank wordt verwezen wegens het bestaan van verzachtende omstandigheden, dit geenszins willekeurig is en het gelijkheidsbeginsel noch de wapengelijkheid tussen de partijen in het proces in het gedrang brengt; dergelijke correctionalisering onttrekt de inverdenkinggestelde niet aan zijn natuurlijke rechter.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0769.N

1. D. K.,

inverdenkinggestelde,

2. H. I.,

inverdenkinggestelde,

eisers,

met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie te Turnhout,

tegen

1. J. A.,

burgerlijke partij,

2. L. V. B.,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 31 maart 2011.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsmede de artikelen 10, 11, 13 en 150 Grondwet: de vordering van het openbaar ministerie tot verwijzing van de eisers naar de correctionele rechtbank is ongrondwettig; de eisers wordt een misdaad ten laste gelegd, die onder de bevoegdheid valt van het hof van assisen; het toepassen van verzachtende omstandigheden om een zaak te onttrekken aan het hof van assisen brengt het gelijkheidsbeginsel en de wapengelijkheid tussen openbaar ministerie en de inverdenkinggestelde in gevaar en geeft blijk van willekeur; de Wet Verzachtende Omstandigheden is bijgevolg strijdig met de voormelde bepalingen.

Het middel verzoekt het Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof:

"Schendt de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden artikel 6 EVRM en artikel 13 Grondwet, gelezen in samenhang met artikel 150 Grondwet, in zover dit artikel het mogelijk maakt dat een onderzoeksgerecht in criminele zaken de verwijzing van een verdachte naar de correctionele rechtbank kan bevelen, in geval de verdachte er niet mee instemde de beoordeling van de telastleggingen aan een jury te ontrekken?"

2. Artikel 150 Grondwet bepaalt dat de jury wordt ingesteld voor, onder meer, alle criminele zaken.

Hieruit volgt dat elk misdrijf dat gestraft is met een criminele straf, onder de bevoegdheid valt van het hof van assisen.

3. De criminele straffen zijn deze bepaald in de artikelen 8 tot 19 Strafwetboek.

4. Artikel 2, eerste lid, van de Wet Verzachtende Omstandigheden bepaalt: "In de gevallen waarin er grond mocht zijn om alleen een correctionele straf uit te spreken wegens verzachtende omstandigheden of om reden van verschoning, kan de raadkamer bij een met redenen omklede beschikking de verdachte naar de correctionele rechtbank verwijzen." Het derde lid van datzelfde artikel bepaalt de gevallen waarin de raadkamer wegens verzachtende omstandigheden de inverdenkinggestelde naar de correctionele rechtbank kan verwijzen.

Dit houdt in dat wanneer een misdaad wegens het bestaan van verzachtende omstandigheden wordt gecorrectionaliseerd, zodat er slechts aanleiding is een correctionele straf uit te spreken, de natuurlijke rechter voor de beoordeling van het misdrijf niet meer het hof van assisen is, maar wel de correctionele rechtbank, bevoegd om correctionele straffen uit te spreken.

5. Dergelijke correctionalisering vloeit voort uit de wet die op eenieder die zich in dezelfde rechtstoestand bevindt op gelijke wijze van toepassing is, en wordt toegepast in het belang van de inverdenkinggestelde vermits deze daardoor niet meer kan veroordeeld worden tot een criminele straf.

Daarenboven beoordeelt de raadkamer onaantastbaar en met opgave van redenen of er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn. De inverdenkinggestelde kan desbetreffende al zijn verweermiddelen laten gelden. Het feit dat het openbaar ministerie de correctionalisering vordert, doet hieraan geen afbreuk.

6. Hieruit volgt dat wanneer een inverdenkinggestelde aan wie een misdaad ten laste gelegd wordt, naar de correctionele rechtbank wordt verwezen wegens het bestaan van verzachtende omstandigheden, dit geenszins willekeurig is en het gelijkheidsbeginsel noch de wapengelijkheid tussen de partijen in het proces in het gedrang brengt. Dergelijke correctionalisering onttrekt de inverdenkinggestelde niet aan zijn natuurlijke rechter.

Het middel faalt naar recht.

7. De voorgestelde prejudiciële vraag gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting en wordt bijgevolg niet gesteld.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Bepaalt de kosten op 82,20 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 29 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Gelijkheidsbeginsel

  • Misdaad

  • Verzachtende omstandigheden

  • Correctionalisering

  • Verzoenbaarheid