- Arrest van 29 november 2011

29/11/2011 - P.11.0573.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Alleen een positieve daad die aan de uitvoering van het misdrijf voorafgaat of ermee samen gaat kan deelneming aan een misdaad of wanbedrijf opleveren, maar ook het verzuim om te handelen kan een dergelijke positieve daad van deelneming zijn wanneer, wegens de ermee gepaard gaande omstandigheden, het bewuste en opzettelijke verzuim om te handelen ondubbelzinnig een aansporing betekent tot het plegen van het misdrijf op één van de wijzen die in de artikelen 66 en 67 Strafwetboek zijn bepaald; het passieve bijwonen van de uitvoering van een misdrijf kan strafbare deelneming opleveren wanneer het zich onthouden van enige reactie de uiting is van het opzet om rechtstreeks aan de uitvoering mee te werken door bij te dragen tot het mogelijk maken of vergemakkelijken van dat misdrijf (1). (1) Cass. 17 dec. 2008, AR P.08.1233.F, AC, 2008, nr. 737, met concl. adv.-gen. Vandermeersch in Pas.; Cass. 2 sept. 2009, AR P.09.0391.F, AC, 2009, nr. 467.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0573.N

C. R.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Dries Pattyn, advocaat bij de balie te Brugge,

tegen

1. R. O. M. M.,

burgerlijke partij,

2. A. D. B.,

burgerlijke partij,

3. NATIONAAL VERBOND DER SOCIALISTISCHE MUTUALITEITEN, met zetel te 1000 Brussel, Sint-Jansstraat 32-38,

burgerlijke partij,

4. L. F. C. P.,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 februari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan.

De eiser deed op 26 mei 2011 deels afstand zonder berusting van zijn cassatieberoep.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslager heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Afstand

1. De eiser doet afstand zonder berusting van zijn cassatieberoep in zoverre dit betrekking heeft op de niet-definitieve beslissingen over de burgerlijke rechtsvorderingen.

Het arrest doet ook uitspraak over het beginsel van aansprakelijkheid en stelt vast niet gevat te zijn van de burgerlijke rechtsvordering van verweerder 4. Tegen dergelijke beslissingen staat onmiddellijk cassatieberoep open, zodat er in zoverre geen grond is om akte van de afstand te verlenen.

Voor het overige kan de afstand worden verleend.

Middel

Eerste onderdeel

2. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 en 7 EVRM, de artikelen 9.1, 14.2 en 15 IVBPR, de artikelen 10, 11, 12, 14 en 149 Grondwet, de artikelen 66, 67, 392, 398 en 399 Strafwetboek en artikel 210 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het vermoeden van onschuld, het rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straf en het legaliteitsbeginsel: het arrest verklaart de eiser schuldig op grond van zijn behoren tot de groep, die een aanval op de verweerder 1 uitvoerde, en op grond van zijn aanwezigheid samen met de verweerder 1; het stelde niet het individuele aandeel of de individuele bijdrage van de eiser vast; het passief bijwonen van de uitvoering van een misdrijf is niet strafbaar; geen feitelijke omstandigheden kunnen het oordeel schragen dat de eiser zelf het misdrijf zou hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks zou hebben meegewerkt.

3. Artikel 66 Strafwetboek stelt deelneming aan een misdaad of wanbedrijf strafbaar, met name wanneer de beklaagde de misdaad of het wanbedrijf heeft uitgevoerd, aan de uitvoering ervan rechtstreeks heeft meegewerkt of, door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp heeft verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd.

Alleen een positieve daad die aan de uitvoering van het misdrijf voorafgaat of ermee samen gaat kan deelneming aan een misdaad of wanbedrijf opleveren. Het verzuim om te handelen kan evenwel een dergelijke positieve daad van deelneming zijn wanneer, wegens de ermee gepaard gaande omstandigheden, het bewuste en opzettelijke verzuim om te handelen ondubbelzinnig een aansporing betekent tot het plegen van het misdrijf op één van de wijzen die in de artikelen 66 en 67 Strafwetboek zijn bepaald. Het passieve bijwonen van de uitvoering van een misdrijf kan strafbare deelneming opleveren wanneer het zich onthouden van enige reactie de uiting is van het opzet om rechtstreeks aan de uitvoering mee te werken door bij te dragen tot het mogelijk maken of vergemakkelijken van dat misdrijf.

4. Het arrest oordeelt dat:

- uit het beeldmateriaal een regelrechte massale aanval van de groep jongeren op de enkele persoon van de verweerder 1 blijkt, waardoor deze letterlijk onder de voet wordt gelopen en geen enkele kans heeft om zich te redden of te verdedigen;

- de beelden van dit tweede luik van de vechtpartij getuigen van een gezamenlijke agressie van een groep tegen één enkel individu, waarbij elke deelnemer aan deze charge manifest mede verantwoordelijk is voor de kwetsuren die hierdoor aan het slachtoffer worden aangebracht;

- op het beeldmateriaal de eiser (met de witte pet) en een medebeklaagde goed te identificeren zijn, waarbij heel duidelijk te zien is dat ook zij in volle vaart recht op het slachtoffer afstormen om dan, na hun doel te hebben bereikt, met de groep de vlucht te nemen;

- in de gegeven omstandigheden, wanneer een enkeling letterlijk onder de voet wordt gelopen door een frontale charge van een in groep opererende bende, die gezamenlijk een aanval ondernemen, en waarbij het slachtoffer dat het mikpunt is van deze aanval hierdoor werkelijk geen enkele kans heeft om zich te redden of te verdedigen, alle deelnemers van deze groep als mededaders van de slagen en verwondingen zijn te beschouwen, waarbij het geen rol meer speelt wie welke slagen of welke schoppen heeft toegebracht of waar hij het slachtoffer heeft geraakt;

- dat precies door deze overmacht aan het slachtoffer elke mogelijke kans wordt ontnomen om zich te onttrekken aan het potentiële gevaar dat hem bedreigt of om de slagen zelf te ontwijken door zich af te schermen of om zichzelf te verdedigen;

- op het beeldmateriaal heel duidelijk is te zien hoe ook de eiser in volle vaart regelrecht op het slachtoffer toestormt en lang genoeg in het tumult blijft om minstens enkele goedgemikte slagen toe te brengen;

- de eiser duidelijk is te volgen wanneer hij zich daarop, vanuit het tumult in het centrum, waar de slagen en schoppen worden toegebracht aan het op de grond liggende slachtoffer, naar rechts verplaatst om dan met de rest van de groep mee de vlucht te nemen;

- de eiser op deze beelden op geen enkel moment aandacht heeft voor zijn neef, deze op geen enkel moment heeft tegengehouden of belet om tot bij het slachtoffer te komen of van het slachtoffer heeft weggetrokken;

- de eiser integendeel duidelijk deelneemt aan de groepsaanval;

- het heel duidelijk is dat de eiser in volle vaart recht op het slachtoffer afstormt en dat het zeker niet is om het slachtoffer te helpen of te ontzetten, noch om de anderen tot bedaren te brengen; de beelden getuigen van de gezamenlijke agressie van een groep tegen één enkel individu, waarbij elke deelnemer aan deze charge manifest mede verantwoordelijk is voor de kwetsuren die hierdoor aan het slachtoffer worden toegebracht; het daarbij geen rol meer speelt wie welke slagen of schoppen heeft toegebracht of het slachtoffer heeft geraakt.

Met die redenen stelt het arrest vast dat de eiser niet enkel passief aanwezig was in de groep of bij het slachtoffer, maar het misdrijf heeft uitgevoerd of aan de uitvoering ervan rechtstreeks heeft meegewerkt op een van de in artikel 66 Strafwetboek omschreven wijzen.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 en 7 EVRM, de artikelen 9.1, 14.2 en 15 IVBPR, de artikelen 10, 11, 12, 14 en 149 Grondwet, de artikelen 66, 67, 392, 398 en 399 Strafwetboek en artikel 210 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het vermoeden van onschuld, het rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straf en het legaliteitsbeginsel: uit het toelopen van de eiser op het tumult, het tijdsverloop dat het toebrengen van slagen of verwondingen zou toelaten, het nemen van de vlucht en het nalaten de verweerder 1 te helpen en de anderen te bedaren, kan niet wettig worden afgeleid dat hij zelf slagen en verwondingen heeft toegebracht; deze omstandigheden gaan niet aan het misdrijf vooraf of gaan er niet mee samen, zodat het arrest uit deze omstandigheden niet wettig de deelneming van de eiser aan het misdrijf kan afleiden.

6. In zoverre het onderdeel aanvoert dat het arrest voormelde deelnemingshandelingen van de eiser in verband brengt met een zogenaamde eerste beweging eerder dan met het tweede luik van de vechtpartij zoals te zien op de beelden opgenomen door de camera van het hotel Haazaert, berust het op een onjuiste lezing van het arrest.

In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.

7. Voor het overige is het onderdeel volledig afgeleid uit het vergeefs aangevoerde eerste onderdeel dat de eiser onterecht schuldig wordt verklaard ofschoon niet hijzelf de slagen heeft toegebracht of daartoe een daad van deelneming heeft gesteld.

In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.

Derde onderdeel

8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 210 Wetboek van Strafvordering: het hernemen van de overwegingen van het beroepen vonnis vormt geen antwoord op de nauwkeurige tegen dit vonnis aangevoerde grieven.

9. Het arrest oordeelt niet alleen met overname van de redenen van het beroepen vonnis.

In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.

10. Krachtens artikel 210 Wetboek van Strafvordering wordt de beklaagde in hoger beroep gehoord over de nauwkeurig bepaalde grieven die tegen het vonnis zijn ingebracht.

11. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de eiser voor de appelrechters een conclusie heeft overgelegd die een herneming inhoudt van het in eerste aanleg gevoerde verweer. Aldus werden geen nauwkeurig bepaalde grieven tegen het beroepen vonnis ingebracht.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verleent de eiser akte van zijn afstand zonder berusting in de hierboven bepaalde mate.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 91,61 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 29 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Vereiste