- Arrest van 30 november 2011

30/11/2011 - P.11.1644.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Loop.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1644.F

R. Ö.,

persoon van wie de uitlevering wordt gevraagd,

Mr. Selma Benkhelifa, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 september 2011, die uitspraak doet op verwijzing ingevolge het arrest van het Hof van 19 januari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft op 24 november 2011 een conclusie neergelegd op de griffie van het Hof.

Op de rechtszitting van 30 november 2011 heeft raadsheer Benoît Dejemeppe verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel: schending van artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek

Bij arrest van 4 november 2010 heeft de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Bergen beslist dat het hoger beroep van de eiser tegen de beschikking tot uitvoerbaarverklaring van het verzoek tot uitlevering ontvankelijk was, en heeft zij de beslissing van de eerste rechter gewijzigd op grond dat de strafvordering volgens de wet van de verzoekende partij verjaard was.

Bij akte van 5 november 2010 heeft de procureur-generaal bij dat hof verklaard dat hij tegen dat arrest cassatieberoep indient in zoverre het "zegt dat er geen grond is om het aanhoudingsbevel uitvoerbaar te verklaren dat op 12 december 2006 (lees 24 november 2006) tegen [de eiser] is uitgevaardigd door de voorzitter van het hof van assisen te Elbistan in Turkije".

Bij arrest van 19 januari 2011 heeft het Hof het arrest vernietigd op grond dat het artikel 10 Europees Uitleveringsverdrag, opgemaakt te Parijs op 13 december 1957, had geschonden en heeft het de zaak verwezen naar de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Brussel.

Bij arrest van 22 september 2011 heeft de voormelde kamer van inbeschuldigingstelling het hoger beroep van de eiser niet ontvankelijk verklaard.

Uit de verklaring van cassatieberoep van 5 november 2010 blijkt dat de procureur-generaal het Hof alleen de beslissing had voorgelegd met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het tegen de eiser uitgevaardigde internationaal aanhoudingsbevel, en niet de beslissing betreffende de ontvankelijkheid van diens hoger beroep. Daaruit volgt dat de op 19 januari 2011 uitgesproken vernietiging niet kon slaan op een beslissing die niet aan het toezicht van het Hof was voorgelegd en dat die beslissing een eindbeslissing is.

Door niettemin opnieuw uitspraak te doen over de ontvankelijkheid van dat hoger beroep, miskent de kamer van inbeschuldigingstelling de omvang van de bij het arrest van 19 januari 2011 uitgesproken vernietiging en verwijzing en schendt zij bijgevolg artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek.

Er is geen grond om de middelen van de eiser te onderzoeken daar die niet tot vernietiging zonder verwijzing kunnen leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 30 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verzoek tot uitlevering

  • Raadkamer

  • Beschikking tot uitvoerbaarverklaring

  • Hoger beroep van de persoon gezocht met het oog op uitlevering

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Arrest verklaart hoger beroep ontvankelijk

  • Geen grond om het internationaal aanhoudingsbevel uitvoerbaar te verklaren

  • Beperkt cassatieberoep van het OM tegen de beslissing over de tenuitvoerlegging van het internationaal aanhoudingsbevel

  • Cassatie met verwijzing

  • Gerecht op verwijzing

  • Arrest dat het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaart

  • Miskenning van de omvang van de cassatie en van de verwijzing