- Arrest van 30 november 2011

30/11/2011 - P.11.1497.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Krachtens richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven, zoals zij wordt uitgelegd bij arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 28 april 2011, kan een lidstaat aan een onderdaan van een derde land die illegaal op haar grondgebied verblijft, geen vrijheidsstraf opleggen om de enige reden dat laatstgenoemde in strijd met een bevel om het grondgebied van die Staat binnen een bepaalde termijn te verlaten, zonder geldige reden op dat grondgebied aanwezig blijft; die richtlijn verbiedt evenwel niet om in dergelijke sanctie te voorzien na een eerste overtreding van een bevel om het grondgebied te verlaten.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1497.F

M. B.,

Mr. Frédéric Ureel, advocaat bij de balie te Charleroi.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 11 juli 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

De eiser, die vervolgd wordt op grond van artikel 75, derde lid, Vreemdelingenwet, betwist dat die bepaling in overeenstemming is met de richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven.

De appelrechters wordt verweten dat zij hem veroordeeld hebben in strijd met die richtlijn, die werd uitgelegd bij arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 28 april 2011.

Volgens die uitlegging kan een lidstaat aan een onderdaan van een derde land die illegaal op haar grondgebied verblijft, geen vrijheidsstraf opleggen om de enige reden dat hij in strijd met een bevel om het grondgebied van die Staat binnen een bepaalde termijn te verlaten, zonder geldige reden op dat grondgebied verblijft.

Daaruit volgt dat die richtlijn niet verbiedt om in een dergelijke sanctie te voorzien na een eerste overtreding van een bevel om het grondgebied te verlaten.

De telastlegging in deze zaak vermeldt het bestaan van een eerdere veroordeling van de eiser wegens onwettig verblijf.

De appelrechters die de eiser tot gevangenisstraf veroordelen omdat hij onwettig op het grondgebied verbleef ondanks een eerste veroordeling om die reden, schenden de richtlijn niet.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 30 november 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Europese Unie

  • Onderdanen van derde landen

  • Terugkeer

  • Lidstaten

  • Illegaal verblijf

  • Sanctie

  • Vrijheidsstraf

  • Verbod