- Arrest van 1 december 2011

01/12/2011 - C.10.0582.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 640, eerste lid, Burgerlijk Wetboek verplicht een lager gelegen erf niet om modderstromen te ontvangen die van een hoger gelegen erf afvloeien (1). (1) Zie Cass. 4 nov. 2005, AR C.04.0550.F, AC, 2005, nr. 564.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0582.N

A. D.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. A. D.,

2. D. V. H.,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woonplaats kiezen,

3. STAD HALLE, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1500 Halle, Oudstrijdersplein 18,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 15 maart 2010.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het blijkt niet dat de eiser enige vordering heeft gesteld tegen de derde verweerster of dat tegen hem enige veroordeling is uitgesproken in het voordeel van deze verweerster.

Het middel is ook niet gericht tegen de derde verweerster.

Het cassatieberoep gericht tegen de derde verweerster is niet ontvankelijk.

Middel

Eerste onderdeel

2. Het onderdeel oefent kritiek uit op de onaantastbare beoordeling in feite van de appelrechters dat de akkers van de eiser een abnormaal kenmerk vertonen.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

3. Artikel 640, eerste lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de lager gelegen erven jegens de hoger liggende gehouden zijn het water te ontvangen dat daarvan buiten 's mensen toedoen natuurlijk afloopt.

4. Dit artikel verplicht een lager gelegen erf niet om modderstromen te ontvangen die van een hoger gelegen erf afvloeien.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt het naar recht.

5. Het arrest heeft wettelijk kunnen beslissen dat het erf van de eiser gebrekkig is in de zin van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wetboek op grond van de vaststelling dat "bij regenweer [daarvan] grote hoeveelheden modder ontsnappen die de rioleringen in de korste tijd verstoppen en het wegdek overspoelen".

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

6. In tegenstelling tot wat de eiser aanvoert, hebben de appelrechters elke andere oorzaak van de schade van de eerste en de tweede verweerders dan het gebrek, zoals een fout van de derde verweerster of overmacht, uitgesloten.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 523,94 euro, voor de verweerders 1 en 2 op 279,49 euro en voor de tot bindendverklaring opgeroepen partij op 145,72 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, raadsheer Eric

Stassijns, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 1 december 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden

Bossche.

Vrije woorden

  • Hoger gelegen erf

  • Lager gelegen erf

  • Afvloeiing

  • Modderstromen

  • Verplichting