- Arrest van 2 december 2011

02/12/2011 - C.10.0561.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De onmogelijkheid bedoeld in artikel 1385quinquies van het Gerechtelijk Wetboek is die waarvan de rechter niet op de hoogte was op het ogenblik dat hij de hoofdveroordeling uitspreekt en de dwangsom beveelt, ofwel omdat zij pas gebleken is na de uitspraak van die beslissing, ofwel omdat zij aan de rechter niet ter kennis gebracht is vooraleer hij uitspraak deed (1). (1) Schriftelijke, gedeeltelijk eensluidende concl. O.M., niet gepubliceerd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0561.F

A. R.,

Mr. François T'Kint, avocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. FEDERATION WALLONNE DES CLUBS DE PARACHUTISME vzw,

2. M. H.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 22 maart 2010 gewezen door het hof van beroep te Luik.

Op 7 november 2011 heeft advocaat-generaal André Henkes een conclusie neergelegd ter griffie.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal André Henkes is gehoord in zijn conclusie.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, voert de eiser drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Tweede middel

Tweede onderdeel

Artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter die een dwangsom heeft opgelegd, op vordering van de veroordeelde, de dwangsom kan opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.

De in deze bepaling bedoelde onmogelijkheid is die waarvan de rechter niet op de hoogte was op het ogenblik van de beslissing waarbij de hoofdveroordeling werd uitgesproken en de dwangsom werd bevolen, ofwel omdat zij pas gebleken is na de uitspraak van die beslissing, ofwel omdat zij aan de rechter niet ter kennis gebracht is vooraleer hij uitspraak deed.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat het vonnis van 11 juni 2004 dat te dezen de hoofdveroordeling heeft uitgesproken onder verbeurte van een dwangsom, het volgende oordeelt:

- uit "de gegevens waarover de rechtbank beschikt, meer bepaald, uit de door de eiser voorgelegde reglementering van de federatie voor parachutisme, blijkt dat de eiser, om zijn kwalificatie te behouden, alleen een [herkwalificatie]sprong diende te maken samen met een gekwalificeerd begeleider";

- "het staat geenszins vast dat de eiser in een ander geval verkeerde dan in voornoemd reglement bedoeld wordt; dat reglement bepaalt dat, als de begeleider niet het vereiste aantal sprongen heeft gemaakt het eerste jaar nadat hij [gekwalificeerd begeleider] geworden was, hij een sprong zal maken met een begeleider die wel over de nodige kwalificatie beschikt";

- "[de verweerster] heeft dus dat reglement overtreden door van de eiser een voorafgaande theoretische recyclage te eisen en door de eiser het recht te ontzeggen om voornoemde herkwalificatiesprong te maken".

Het bestreden arrest dat, met overneming van de motivering van het beroepen vonnis en in strijd met het vonnis van 11 juni 2004, overweegt dat de eiser niet over het attest van gekwalificeerd begeleider beschikte omdat hij niet het door het reglement van de verweerster vereiste aantal kwalificatiesprongen gemaakt had, dat laatstgenoemde, door de herkwalificatiesprong te organiseren die door het vonnis van 11 juni 2004 vereist wordt, zich genoodzaakt zou zien om het Waalse parachutereglement te overtreden en haar aansprakelijkheid in het gedrang zou zien komen, en dat vervolgens beslist dat de verweerster in de onmogelijkheid verkeert te voldoen aan de bij dat vonnis uitgesproken veroordeling, zonder vast te stellen dat het zich baseert op een gegeven dat niet ter kennis gebracht is van de rechtbank die het vonnis van 11 juni 2004 heeft gewezen, schendt het bovenaangehaalde artikel 1385quinquies.

In zoverre is het onderdeel gegrond.

Derde middel

Het arrest oordeelt dat het "bestreden vonnis moet worden bevestigd om de oordeelkundige redenen die het bevat en die het hof [van beroep] overneemt".

Met aanneming van de gronden van de eerste rechter beslist het arrest dat "de [eiser] ten onrechte aanvoert dat de vordering van de [verweerder] niet-ontvankelijk is op grond dat hij niet persoonlijk is veroordeeld tot de dwangsom waarvan hij de opheffing eist. Alleen in de hoedanigheid van instructeur voor de mastercursussen van begeleider die te Temploux ingericht worden door de tot een dwangsom veroordeelde [verweerster], heeft [de verweerder] er belang bij in rechte op te treden. Zijn vordering is bijgevolg ontvankelijk".

Het arrest beantwoordt aldus de in het middel vermelde conclusie van de eiser en doet uitspraak over de vordering tot hervorming van het beroepen vonnis in zoverre het de vordering van de eiser ontvankelijk verklaard had.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Overige grieven

Het onderzoek van het eerste middel en van het eerste onderdeel van het tweede middel kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het, met bevestiging van het beroepen vonnis, de vordering van de verweerder ontvankelijk verklaart en de tussenvordering van de verweerders niet gegrond verklaart;

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige;

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;

Veroordeelt de eiser in een vierde van de kosten en laat voor het overige de uitspraak daaromtrent over aan de bodemrechter;

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Christine Matray, Sylviane Vely, Martine Regout en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 2 december 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Opheffing

  • Veroordeling

  • Onmogelijkheid hieraan te voldoen