- Arrest van 5 december 2011

05/12/2011 - S.10.0174.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Overeenkomstig artikel 6.2 van Overeenkomst over de sociale zekerheid tussen het koninkrijk België en de Verenigde Staten van Amerika van 19 februari 1982, blijft de arbeider die gewoonlijk een beroepsactiviteit op het grondgebied van één van de overeenkomstsluitende partijen uitoefent en die een zelfstandige activiteit op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij uitvoert, onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende partij, op voorwaarde dat de vermoedelijke duur van dat werk geen vijf jaren overschrijdt ; de rechter die om die reden beslist dat de werknemer niet onderworpen is aan de Belgische sociale wetgeving voor de zelfstandige activiteit die hij heeft uitgeoefend op Belgisch grondgebied voordat hij in de Verenigde Staten als loontrekkende is beginnen te werken, schendt het voormelde artikel.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0174.F

SECUREX INTEGRITY vzw, vrij sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen,

eiseres,

Mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

LBVI nv,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 11 juli 2008 van het arbeidshof te Brussel.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

(...)

Gegrondheid van het onderdeel

Krachtens artikel 6.2 van de Overeenkomst over de sociale zekerheid tussen het koninkrijk België en de Verenigde Staten van Amerika van 19 februari 1982, goedgekeurd bij de wet van 3 mei 1984, blijft de arbeider die gewoonlijk een beroepsactiviteit op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende partijen uitoefent en die een zelfstandige activiteit op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij uitvoert, onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende partij, op voorwaarde dat de vermoedelijke duur van dat werk geen vijf jaren overschrijdt.

Die bepaling betreft de situatie van een arbeider die een beroepsactiviteit blijft uitoefenen op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Staten, waarvoor hij onderworpen blijft aan de sociale zekerheid van die Staat, maar tegelijkertijd een zelfstandige activiteit uitoefent op het grondgebied van de andere Staat voor een vermoedelijke periode van maximum vijf jaar.

Het bestreden arrest stelt vast dat de heer B. zich bij de eiseres heeft aangesloten op 1 oktober 1997, de bestuurder van de verweerster is sinds 11 juni 1999 en sinds september 1999 verblijft in de Verenigde Staten van Amerika, waar hij in 2000 en 2002 als werknemer gewerkt heeft.

Uit die vaststellingen blijkt dat de heer B. nog geen beroepsactiviteit in de Verenigde Staten van Amerika uitoefende toen hij in België als zelfstandige is begonnen te werken, zodat niet is voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 6.2.

Het arrest, dat de vordering van de eiseres tot betaling van de bijdragen voor 2000 en 2002 ongegrond verklaart, op grond dat de heer B. onderworpen blijft aan de Amerikaanse wetgeving, schendt artikel 6.2 van de Overeenkomst van 19 februari 1982.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede middel

Gegrondheid van het middel

Krachtens artikel 35, § 1, a), van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967, houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, wordt de onderworpene geacht, naast de beroepsactiviteit als zelfstandige, gewoonlijk en hoofdzakelijk een andere beroepsactiviteit uit te oefenen gedurende het jaar waarvoor de bijdragen verschuldigd zijn, wanneer hij in de hoedanigheid van werknemer is tewerkgesteld in een arbeidsregeling waarvan het aantal arbeidsuren per maand ten minste gelijk is aan de helft van het aantal maandelijks gepresteerde arbeidsuren door een werknemer die voltijds is tewerkgesteld in dezelfde onderneming of, bij ontstentenis, in dezelfde bedrijfstak.

Onder voorbehoud van de toepassing van Europese verordeningen of internationale overeenkomsten die de uitoefening van een zelfstandige activiteit in bijberoep onderwerpen aan het Belgisch sociaal statuut van de zelfstandigen, worden alleen de activiteiten die op Belgisch grondgebied worden uitgeoefend, beschouwd als activiteiten in hoofdberoep op grond waarvan bepaald wordt of de arbeider zijn zelfstandige activiteit in bijberoep uitoefent.

Het arrest, dat beslist dat de bestuurder van de verweerster beschouwd moet worden als een zelfstandige die zijn activiteit in het jaar 2001 in bijberoep heeft uitgeoefend, op grond dat hij in de Verenigde Staten als werknemer werkt, schendt het voormelde artikel 35, § 1er, a).

Het middel is gegrond.

Er bestaat geen grond tot onderzoek van de andere onderdelen van het eerste middel, die niet kunnen leiden tot ruimere vernietiging.

De vernietiging van het bestreden arrest van 11 juli 2008 leidt tot de vernietiging van het arrest van 12 december 2008, in zoverre dat arrest het gevolg is van het eerstgenoemde arrest.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de gegrondheid van de vordering van de eiseres met betrekking tot 2000, 2001 en 2002.

Vernietigt het arrest van 12 december 2008, in zoverre dat arrest uitspraak doet over het bedrag van de bijdragen, kosten en interesten die verschuldigd zijn voor 2001 en over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest en van het gedeeltelijk nietig verklaarde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout en Alain Simon, en in openbare terechtzitting van 5 december 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bijdragen

  • Werknemer die zijn beroepsactiviteit op het grondgebied van een land uitoefent terwijl hij in een ander land verblijft

  • Overeenkomst tussen België en de Verenigde Staten