- Arrest van 7 december 2011

07/12/2011 - P.11.1861.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Nadat het Hof beslist heeft dat het vonnis van onbevoegdverklaring van een strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig de wet was gewezen en het cassatieberoep tegen dat vonnis heeft verworpen, is het bevoegd om het rechtsgebied te regelen als de wettelijke voorwaarden daartoe vervuld zijn; het kan het vonnis van onbevoegdverklaring van een tweede strafuitvoeringsrechtbank vernietigen en, na erop te hebben gewezen dat die rechtbank bevoegd was, de zaak naar die rechtbank verwijzen, anders samengesteld (1). (1) Zie Cass. 12 maart 2008, AR P.08.0271.F, AC, 2008, nr. 172.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1861.F

D. P.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Bergen van 25 oktober 2011.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. Regeling van rechtsgebied

Het Hof dat uitspraak doet over bovengenoemd cassatieberoep heeft de stand van de rechtspleging kunnen beoordelen. Na verwerping van het cassatieberoep is het bevoegd om het rechtsgebied te regelen.

Artikel 635, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de strafuitvoeringsrechtbanken bevoegd zijn voor de veroordeelden die gedetineerd zijn in de strafinrichtingen in het rechtsgebied van het hof van beroep waarin zij zijn gevestigd, behoudens de door de Koning bepaalde uitzonderingen. Zij blijven bevoegd voor elke beslissing tot op het moment van de definitieve invrijheidstelling.

Krachtens het derde lid van die bepaling is, ingeval de strafuitvoeringsmodaliteit is herroepen, de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank deze van de plaats van de opsluiting.

Krachtens artikel 6 van het koninklijk besluit van 29 januari 2007 tot vaststelling van de territoriale bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechtbanken, is de strafuitvoeringsrechtbank van het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik bevoegd voor de veroordeelden die gedetineerd zijn in met name de strafinrichting te Saint-Hubert.

Krachtens artikel 7 van het voormelde koninklijk besluit is de strafuitvoeringsrechtbank in het rechtsgebied van het hof van beroep te Bergen bevoegd voor de veroordeelden die gedetineerd zijn in met name de strafinrichting te Jamioulx.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat

- een vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Bergen van 14 april 2010, de voorwaardelijke invrijheidstelling van de eiser heeft herroepen ;

- het advies van de directeur van de gevangenis te Saint-Hubert betreffende een nieuwe voorwaardelijke invrijheidstelling van de eiser, die toen in die strafinrichting was opgesloten, op 9 september 2010 was neergelegd op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank te Luik ;

- die rechtbank, bij vonnis van 23 december 2010, het voorstel niet ontvankelijk heeft verklaard, op grond dat de toelaatbaarheidsdatum van de maatregel werd verschoven wegens de uitvoering van een tweede gevangenisstraf ;

- diezelfde rechtbank zich, bij vonnis van 29 juli 2011, onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling dat uitging van de directeur van de gevangenis te Jamioulx, plaats waar de eiser destijds was opgesloten ;

- het bestreden vonnis ook de strafuitvoeringsrechtbank te Bergen onbevoegd verklaart om kennis te nemen van het voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling van de eiser, dat door diezelfde directeur is ingediend.

Tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Luik van 29 juli 2011 staat vooralsnog geen rechtsmiddel open en het bestreden vonnis heeft kracht van gewijsde tengevolge van de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep.

De tegenstrijdigheid tussen die beslissingen doet een geschil over rechtsmacht ontstaan dat de rechtsgang belemmert. Bijgevolg is er grond tot regeling van rechtsgebied.

Aangezien de veroordeelde in de strafinrichting te Saint-Hubert was opgesloten op het ogenblik waarop de procedure van voorwaardelijke invrijheidstelling was ingesteld, was de strafuitvoeringsrechtbank te Luik bevoegd om kennis te nemen van de zaak.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Beslissende tot regeling van rechtsgebied,

Vernietigt het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Luik van 29 juli 2011.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank te Luik, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 7 december 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van afgevaardigd griffier Aurore Decottignies.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Regeling van rechtsgebied

  • Tussen strafuitvoeringsrechtbanken