- Arrest van 14 december 2011

14/12/2011 - P.11.1289.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 135, § 2, van het Wetboek van Strafvordering stelt de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer waarbij een middel van verjaring wordt afgewezen, niet afhankelijk van de voorwaarde dat de verjaring was aangevoerd voor de feiten zoals zij in de voormelde beschikking of in de akten van de rechtspleging die eraan voorafgaan zijn omschreven.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1289.F

M. V.,

mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

L. V.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 juni 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het arrest doet uitspraak over het hoger beroep van de eiser tegen een beschikking waarbij hij naar de correctionele rechtbank wordt verwezen wegens eenvoudige slagen en bedreigingen met bevel of onder voorwaarde, feiten die op 24 april 2004 en 2 januari 2006 zouden zijn gepleegd.

Volgens de appelrechters heeft de eiser in een schriftelijke conclusie die voor de raadkamer is neergelegd, aangevoerd dat de feiten, in de veronderstelling dat zij hebben plaatsgevonden, slechts lichte gewelddaden zouden uitmaken in de zin van artikel 563, 3°, Strafwetboek, namelijk een overtreding. Volgens het arrest heeft de eiser, op grond van die lichtere omschrijving, geconcludeerd dat de strafvordering verjaard was.

De kamer van inbeschuldigingstelling heeft evenwel beslist dat het hoger beroep tegen de beschikking waarbij dat verweermiddel wordt afgewezen, niet ontvankelijk was omdat de verjaring niet werd ingeroepen voor de feiten zoals zij zijn omschreven in de vordering tot verwijzing van het openbaar ministerie, waarvan de beroepen beslissing de redenen overneemt.

Artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering, dat volgens het middel zou zijn geschonden, verleent de inverdenkinggestelde die naar de correctionele rechtbank is verwezen het recht om hoger beroep in te stellen. Dat recht wordt hem met name verleend in het geval van niet-ontvankelijkheid of verval van de strafvordering, ongeacht de reden hiervan, mits zij op regelmatige wijze voor de raadkamer is aangevoerd.

Uit die bepaling blijkt niet dat de kamer van inbeschuldigingstelling, ter beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep, gebonden is aan de voorlopige kwalificatie die de rechter in eerste aanleg aan de feiten heeft gegeven.

Het voormelde artikel 135, § 2, onderwerpt de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen de beschikking waarbij een middel van verjaring wordt afgewezen, niet aan de voorwaarde dat de verjaring was aangevoerd voor de feiten zoals zij in de voormelde beschikking of in de akten van de rechtspleging die eraan voorafgaan, zijn omschreven.

Het arrest schendt die wetsbepaling door er een beperkende voorwaarde aan te verbinden waarin die bepaling niet voorziet.

Het onderdeel is gegrond.

Er is geen grond om het tweede onderdeel te onderzoeken aangezien het niet tot cassatie zonder verwijzing kan leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 14 december 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique

Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Regeling van de rechtspleging

  • Conclusie

  • Middel dat de verjaring van de strafvordering aanvoert

  • Beschikking waarbij het middel van verjaring wordt afgewezen

  • Hoger beroep

  • Ontvankelijkheid