- Arrest van 14 december 2011

14/12/2011 - P.11.1623.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit het arrest van 6 december 2011 van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat de richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 uitlegt, blijkt dat de onderdanen van derde landen die naast het misdrijf illegaal verblijf één of meerdere andere misdrijven hebben gepleegd, in voorkomend geval, krachtens artikel 2, paragraaf 2, onder b), van de richtlijn, aan de toepassing ervan kunnen worden onttrokken (1). (1) Zie Cass. 30 nov. 2011, AR P.11.1497.F, AC, 2011, nr.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1623.F

I. Y. B.,

II. O. Z.,

Mr. Frédéric Ureel, advocaat bij de balie te Charleroi,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 9 augustus 2011.

De tweede eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Op de rechtszitting van 14 december 2011 heeft raadsheer Pierre Cornelis verslag uitgebracht, heeft advocaat-generaal Damien Vandermeersch geconcludeerd en heeft de tweede eiser een nota van antwoord neergelegd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

B. Cassatieberoep van O. Z.

De eiser voert aan dat artikel 75 Vreemdelingenwet, richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2008 schendt, zoals zij wordt uitgelegd bij de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 28 april en 6 december 2011, doordat het een gevangenisstraf stelt op het feit alleen van op onwettige wijze op het grondgebied te verblijven.

Volgens de eiser duldt het gemeenschapsrecht in dat geval vrijheidsberovende straffen alleen ten aanzien van de vreemdelingen die, wanneer zij worden aangetroffen terwijl zij illegaal op het grondgebied verblijven, opzettelijk en op actieve wijze het geheel van de dwangmaatregelen hebben doen mislukken waarover de lidstaten beschikken om zich van hun terugkeer te verzekeren.

Uit het voormelde arrest van 6 december 2011 blijkt dat de onderdanen van derde landen die naast het misdrijf illegaal verblijf, één of meerdere andere misdrijven hebben gepleegd, in voorkomend geval, krachtens artikel 2, paragraaf 2, onder b) van de richtlijn, aan de toepassing ervan kunnen worden onttrokken.

Uit het bestreden arrest blijkt dat de eiser nog andere misdrijven heeft gepleegd naast het misdrijf illegaal verblijf op het grondgebied van het Rijk.

Bijgevolg schenden de appelrechters het gemeenschapsrecht niet wanneer zij de eiser de gevangenisstraf opleggen die bij artikel 75, derde lid, Vreemdelingenwet, is bepaald.

Het middel kan bijgevolg niet worden aangenomen.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 14 december 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Europese Unie

  • Onderdanen van derde landen

  • Terugkeer

  • Lidstaten

  • Richtlijn 2008/115/EG

  • Illegaal verblijf

  • Sanctie

  • Vrijheidsstraf

  • Verbod

  • Toepassingsgebied