- Arrest van 15 december 2011

15/12/2011 - F.10.0114.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Voor de fiscale vrijstelling van geboekte waardeverminderingen is niet vereist dat de verliezen op het einde van het boekjaar zeker en vaststaand zijn; het volstaat dat zij op grond van de bijzondere omstandigheden die zich tijdens het betrokken boekjaar hebben voorgedaan en die op het einde ervan nog steeds aanwezig zijn, waarschijnlijk zijn (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0114.N

CONCESSIE, BEHEER EN MANAGEMENT (COBEMA) nv, met zetel te 8300 Knokke-Heist, Natiënlaan 217,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 maart 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 21 juni 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Luidens artikel 48, eerste lid, WIB92 worden de waardeverminderingen die de ondernemingen boeken om het hoofd te bieden aan scherp omschreven verliezen die volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, vrijgesteld.

Krachtens artikel 22, § 1, 2°, KB WIB92 moet de waarschijnlijkheid van de verliezen die tot de boeking van de waardevermindering aanleiding hebben gegeven, voor iedere vordering blijken uit bijzondere tijdens het belastbare tijdperk voorgekomen en op het einde daarvan nog bestaande omstandigheden en niet uit een louter algemeen risico.

2. Uit deze wetsbepalingen volgt dat het voor de fiscale vrijstelling van geboekte waardeverminderingen niet is vereist dat de verliezen op het einde van het boekjaar zeker en vaststaand zijn. Het volstaat dat zij op grond van de bijzondere omstandigheden die zich tijdens het betrokken boekjaar hebben voorgedaan en die op het einde ervan nog steeds aanwezig zijn, waarschijnlijk zijn.

3. Het bestreden arrest aanvaardt de aangevoerde "bijzondere omstandigheden", namelijk het bestaan van een gerechtelijk geschil tussen Locom nv en Brico, waarbij de vrees bestaat dat dit geschil een negatieve afloop zal kennen en mogelijks tot de insolvabiliteit van Locom nv zal kunnen leiden.

Het arrest stelt vast dat het nog jaren kan duren vooraleer dit geschil zal worden beslecht, zodat er de grootste onzekerheid bestaat over de afloop ervan. Het oordeelt vervolgens dat "deze geboekte waardevermindering in die omstandigheden verantwoord is door de feiten die zich tijdens het boekjaar hebben voorgedaan".

Verder neemt het bestreden arrest als regel aan dat "de aftrek van waardeverminderingen op schuldvorderingen slechts [kan] worden toegelaten, indien de verliezen die zij compenseren zeker zijn". Het oordeelt op die grond dat "in die omstandigheden (...) aan de vrijstellingsvoorwaarden van artikel 48 WIB92 en artikel 22-27 KB WIB92 niet [is] voldaan".

Het bestreden arrest gaat daarbij ervan uit dat de eiseres moet aantonen dat de betwiste schuldvordering niet invorderbaar is op het einde van het boekjaar.

4. Door te oordelen dat de fiscale vrijstelling maar van toepassing is wanneer de verliezen die tot de boeking van de waardevermindering aanleiding hebben gegeven, op het einde van het boekjaar zeker zijn, voegt het bestreden arrest aan de wet een voorwaarde toe die er niet in besloten ligt.

Aldus verantwoordt het bestreden arrest zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Ze behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het uitspraak doet over de ontvankelijkheid van het hoger beroep.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Edward Forrier en Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 15 december 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Geboekte waardeverminderingen

  • Vrijstellingsvoorwaarden