- Arrest van 15 december 2011

15/12/2011 - F.10.0120.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bepaling dat de belasting of de aanvullende belasting mag worden gevestigd, zelfs nadat de in art. 354 van het WIB(92) bepaalde termijn is verstreken ingeval een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één van de vijf jaren voor het jaar waarin de vordering is ingesteld, houdt niet in dat uit de rechtsvordering zelf het bestaan van niet-aangegeven belastbare inkomsten volgt; het volstaat dat de rechtsvordering feiten aan het licht brengt die het bestuur toelaten om met de wettelijke bewijsmiddelen waarover het beschikt te bewijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0120.N

1. D. R.,

2. C. D.,

eisers,

met als raadsman mr. Guy Poppe, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 93, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur van de directie Antwerpen II, met kantoren te 2500 Lier, Kruisbogenhofstraat 24/1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 25 mei 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 21 juni 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Eerste voorzitter Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert aan dat de appelrechters artikel 327 WIB92 schenden door te beslissen dat uit de voorliggende stukken niet kon afgeleid worden dat inzage van de strafdossiers zou genomen zijn vooraleer de procureur-generaal toelating heeft verleend.

2. Het middel verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, en is mitsdien niet ontvankelijk.

Tweede middel

3. Artikel 358, § 1, 3°, WIB92 bepaalt dat de belasting of aanvullende belasting mag worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 354 bepaalde termijn is verstreken ingeval een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één van de vijf jaren voor het jaar waarin de vordering is ingesteld.

Deze bepaling houdt niet in dat uit de rechtsvordering zelf het bestaan van niet-aangegeven belastbare inkomsten moet volgen. Het volstaat dat de rechtsvordering feiten aan het licht brengt die het bestuur toelaten om met de wettelijke bewijsmiddelen waarover het beschikt, te bewijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven.

In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

4. In zoverre het middel een onwettige opstapeling van vermoedens aanvoert maar de artikelen 1349 en 1353 Burgerlijk Wetboek en artikel 340 WIB92 niet als geschonden aanwijst, is het niet ontvankelijk.

Derde middel

5. Het middel is geheel afgeleid uit de vergeefs in het tweede middel aangevoerd kritiek en is mitsdien niet ontvankelijk.

Vierde middel

6. Anders dan waarvan het middel uitgaat, laat het arrest de beslissing dat de administratie terecht voor elk aanslagjaar een belastingsverhoging van 50 pct heeft toegepast, niet steunen op de berichten van wijziging die aan de eisers werden gestuurd maar op een eigen onderzoek van de elementen van de zaak.

Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest, mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 708,29 euro en voor de verweerder op 119,37 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Edward Forrier en Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 15 december 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Bijzondere termijn

  • Rechtsvordering wijzend op het bestaan van niet aangegeven inkomsten