- Arrest van 21 december 2011

21/12/2011 - P.11.1690.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beslissing waarbij de raadkamer de zaak onttrekt aan de onderzoeksrechter, op grond dat de misdrijven waarop zijn onderzoek is gericht, samenhangend lijken te zijn met die waarvoor een procedure loopt in een ander arrondissement, is een bestuurlijke maatregel die niet op tegenspraak dient te worden genomen (1). (1) Zie Cass (verenigde kamers), 16 sept. 1998, A.94.0001.F, R.D.P.C., 1999, p. 106.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1690.F

P. S.,

Mr. Nathalie Gallant, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 22 september 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de tegen de eiser ingestelde strafvordering

Eerste middel

De beslissing waarbij de raadkamer de zaak onttrekt aan de onderzoeksrechter, op grond dat de misdrijven waarop zijn onderzoek gericht is, samenhangend lijken te zijn met die waarvoor een procedure loopt in een ander arrondissement, is een bestuurlijke maatregel die niet op tegenspraak moet worden genomen.

De appelrechters dienden niet te antwoorden op het verweermiddel dat kritiek uitoefent op het niet-tegensprekelijk karakter van de wegens samenhang bevolen onttrekking, aangezien het aangeklaagde verzuim geen verband houdt met de geldigheidsvoorwaarden van de rechtspleging.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

De eiser vermeldt het stuk niet waarvan de bewijskracht zou zijn miskend door wat in het bekritiseerde arrest staat vermeld.

Het middel is wat dat betreft onduidelijk en bijgevolg niet ontvankelijk.

De eiser voert aan dat het arrest verwijst naar het feit dat hij in vrijheid werd gesteld nadat de zaak aan de aanvankelijk aangezochte onderzoeksrechter was onttrokken, hoewel hij vóór die ordemaatregel was vrijgelaten.

De aangeklaagde vergissing, gesteld dat ze bewezen was, kan niet worden aangemerkt als een gebrek aan motivering in de zin van artikel 149 Grondwet.

Het middel faalt in zoverre naar recht.

Derde middel

In strijd met wat het middel aanvoert is artikel 127 Wetboek van Strafvordering niet van toepassing op de rechtspleging tot onttrekking, vóór het gerechtelijk onderzoek is beëindigd, aangezien dat onderzoek niet volledig is op het ogenblik dat de raadkamer die ordemaatregel neemt.

Voor het overige vermeldt het arrest dat de eiser over de nodige informatie beschikte om, desgewenst, het dossier nog vóór de regeling van de rechtspleging in te zien, dat hij het ondertussen heeft kunnen raadplegen en zich tegen de tegen hem ingebrachte beschuldigingen heeft kunnen verdedigen, en dat hij geen enkele onderzoekshandeling vermeldt waarvan de niet-uitvoering hem schade zou hebben berokkend of waarvan hij tijdens het debat voor de feitenrechters de uitvoering niet had kunnen vorderen.

Die redenen miskennen het algemeen rechtsbeginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging niet en schenden noch artikel 6 EVRM, noch het voormelde artikel 127.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 21 december 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Onderzoeksrechter

  • Onttrekking

  • Samenhangende misdrijven

  • Bestuurlijke maatregel

  • Geen tegenspraak