- Arrest van 22 december 2011

22/12/2011 - C.11.0439.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De schuldenaar die hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing over zijn vordering tot het openen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, moet worden opgeroepen en gehoord, behoudens indien hij van dit recht afstand heeft gedaan.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0439.N

A & E INVESTMENT bvba, met zetel te 8560 Wevelgem, Moerstraat 56,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest gewezen door het hof van beroep te Gent op 7 maart 2011.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Volgens artikel 24, § 1, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen [hierna: Wet Continuïteit Ondernemingen] behandelt de rechtbank het verzoek tot het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie binnen een termijn van tien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift ter griffie en wordt de schuldenaar, behoudens hij van dit recht afziet, drie vrije dagen voor de zitting opgeroepen en wordt hij in raadkamer gehoord.

Krachtens artikel 29, tweede lid, Wet Continuïteit Ondernemingen staat tegen het vonnis dat over de vordering tot het openen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie beslist, hoger beroep open dat wordt ingesteld bij verzoekschrift. De griffier van het hof geeft kennis van het verzoekschrift aan de eventuele geïntimeerde en in voortkomend geval aan diens advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de schuldenaar die hoger beroep heeft ingesteld, moet worden opgeroepen en gehoord, behoudens hij van dit recht afstand heeft gedaan.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres hoger beroep heeft ingesteld tegen een vonnis waarin haar verzoek tot het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie werd afgewezen, dat zij voor de terechtzitting waar de zaak werd behandeld niet werd opgeroepen, noch werd gehoord en zij geen afstand heeft gedaan van het recht om gehoord te worden.

4. Door in die omstandigheden het hoger beroep van de eiseres af te wijzen, schendt het arrest de in het middel aangewezen wetsbepalingen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 22 december 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Wet Continuïteit Ondernemingen

  • Verzoek tot het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie

  • Beslissing

  • Hoger beroep

  • Oproeping

  • Hoorplicht

  • Vereiste