- Arrest van 27 december 2011

27/12/2011 - P.11.2074.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Noch artikel 31, derde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, noch enige andere bepaling, verbieden dat in geval van nood een beëdigd tolk verklaringen die eerst in een andere taal werden vertaald, vertaalt in de taal van de rechtspleging.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.2074.F

P. L.,

Mr. Yannick De Vlaemynck, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 december 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

Artikel 31, derde lid, Taalwet Gerechtszaken, schrijft voor dat, wanneer een partij de taal van de procedure niet verstaat, zij op de rechtszitting wordt bijgestaan door een beëdigd tolk die alle mondelinge verklaringen vertaalt. Noch déze noch enige andere bepaling verbiedt dat een beëdigd tolk, in geval van nood, verklaringen die eerst in een andere taal werden vertaald, vertaalt in de taal van de rechtspleging.

Het onderdeel dat het tegendeel aanvoert, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

Dit onderdeel, dat de schending aanvoert van artikel 31, derde lid, Taalwet Gerechtszaken, verwijt het arrest dat het niet preciseert dat de vertalers die de eiser bijstonden op de rechtszitting, de hoedanigheid van beëdigd tolk hadden.

Uit artikel 40, eerste lid, blijkt dat die vermelding op straffe van nietigheid is voorgeschreven.

Uit het arrest blijkt evenwel dat de beide personen die door de voorzitter als tolk zijn aangewezen, op de rechtszitting, ieder in een landstaal, de eed hebben afgelegd die bij artikel 282, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, is bepaald. De appelrechters die vaststellen dat volgens de substantiële bewoordingen van de eedaflegging getrouw het gezegde moet worden vertaald dat moet worden overgebracht aan degenen die een verschillende taal spreken, vermelden de hoedanigheid van beëdigd tolk, zoals vereist bij de bepaling waarvan de schending is aangevoerd.

Het tweede onderdeel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Gustave Steffens, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en in openbare terechtzitting van 27 december 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Procespartij

  • Verhoor

  • Bijstand van een beëdigd tolk op de rechtszitting

  • Verschillende tolken

  • Trapsgewijs tolken

  • Wettigheid