- Arrest van 3 januari 2012

03/01/2012 - P.10.1294.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Bij samenloop van misdrijven die strafbaar zijn met een geldboete die zoveel maal wordt toegepast als er werknemers bij het misdrijf betrokken zijn, wordt de geldboete zoveel maal toegepast als het totaal aantal werknemers dat bij die misdrijven betrokken is; deze regel kan alleen maar worden toegepast voor zover de onderscheiden feiten gelijkaardig zijn, met dezelfde misdrijfomschrijving, en alle strafbaar zijn gesteld door dezelfde wettelijke bepaling (1). (1) Zie Cass. 8 april 2008, AR P.07.0631.N, AC, 2008, nr. 208.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1294.N

1. C. A. M. M.,

beklaagde,

2. S. V. P. M.,

beklaagde,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 17 juni 2010.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het arrest verklaart de feiten van de telastlegging A in dossier S/15/08 lastens de eerste eiser niet bewezen met betrekking tot twee werknemers (feiten A5 en A7) en spreekt de eerste eiser hiervoor vrij zonder kosten.

In zoverre zijn cassatieberoep tegen die beslissing is gericht, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

2. Het arrest verklaart het feit van de telastlegging D in dossier S/487-521-570/07 lastens de beide eisers niet bewezen en spreekt hen hiervoor vrij zonder kosten.

In zoverre hun cassatieberoepen tegen die beslissingen zijn gericht, zijn ze bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Eerste middel

3. Het middel dat alleen de eerste eiser betreft, voert schending aan van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek en artikel 12bis, § 1, 1°, en § 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (hierna: Dimona-aangiftebesluit): het arrest dat oordeelt dat alle bewezen verklaarde feiten verbonden zijn door eenheid van opzet zodat slechts een straf moet worden opgelegd, veroordeelt de eerste eiser tot een geldboete van 14 maal 500 euro (te verhogen met de opdeciemen), terwijl de geldboete voor de feiten die aanleiding konden geven tot de zwaarste straf, te weten de feiten van de telastlegging A in dossier S/15/08, slechts kon vermenigvuldigd worden met het aantal in overtreding met de betreffende reglementering bevonden werknemers, te weten 11.

4. Het arrest verklaart de volgende telastleggingen bewezen lastens de eerste eiser:

- laattijdige elektronische melding aan de RSZ van de aanvang van de tewerkstelling, voor elf werknemers, dit zijn inbreuken op de artikelen 4 tot 8 en 9bis Dimona-aangiftebesluit (telastlegging A in dossier S/15/08);

- niet opmaken van een arbeidsovereenkomst voor studenten uiterlijk op het tijdstip van indiensttreding, voor drie werknemers, dit zijn inbreuken op artikel 6 Sociale Documentenwet (telastlegging B in dossier S/15/08);

- laattijdige elektronische melding aan de RSZ van de aanvang van de tewerkstelling, voor drie werknemers, dit zijn inbreuken op de artikelen 4 tot 8 en 9bis Dimona-aangiftebesluit (telastlegging A in dossier S/486-521-570/07);

- niet opmaken van een arbeidsovereenkomst voor studenten uiterlijk op het tijdstip van indiensttreding, voor een werknemer, dit is een inbreuk op artikel 6 Sociale Documentenwet (telastlegging B in dossier S/486-521-570/07);

- niet bijhouden van een afschrift van het arbeidsreglement op elke plaats van tewerkstelling, dit is een inbreuk op artikel 15, zesde lid, Arbeidsreglementenwet (telastlegging C in dossier S/486-521-570/07).

5. Overeenkomstig artikel 12bis, § 1, 1°, Dimona-aangiftebesluit wordt de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die zich niet schikt naar de bepalingen van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een geldboete van 500 tot 2.500 euro, of met een van die straffen alleen, en wordt de geldboete zoveel maal toegepast als er werknemers zijn ten overstaan van dewelke een inbreuk is gepleegd, zonder dat het totaal bedrag van de geldboeten evenwel hoger mag zijn dan 125.000 euro.

Krachtens artikel 11, § 2, eerste lid, a), en tweede lid, Sociale Documentenwet wordt de werkgever, zijn aangestelden of zijn lasthebbers die het in artikel 6 bedoelde geschrift niet opmaken, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van 500 tot 2.500 euro, of met een van die straffen alleen, en wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal werknemers voor wie de bepalingen zijn overtreden, zonder dat deze geldboete meer dan 100.000 euro mag bedragen.

Krachtens artikel 25, 1°, Arbeidsreglementenwet wordt de werkgever, zijn aangestelden of zijn lasthebbers die de bepalingen van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan hebben overtreden, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van 26 tot 500 euro, of met een van die straffen alleen.

6. Wanneer de strafrechter aan wie gelijktijdig verschillende misdrijven worden voorgelegd, oordeelt dat deze de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, mag hij overeenkomstig artikel 65, eerste lid, Strafwetboek daarvoor slechts één straf, namelijk de zwaarste, uitspreken.

7. Bij samenloop van misdrijven die strafbaar zijn met een geldboete die zoveel maal wordt toegepast als er werknemers bij het misdrijf betrokken zijn, wordt de geldboete zoveel maal toegepast als het totaal aantal werknemers dat bij die misdrijven betrokken is.

Deze regel kan alleen maar worden toegepast voor zover de onderscheiden feiten gelijkaardig zijn, met dezelfde misdrijfomschrijving, en alle strafbaar zijn gesteld door dezelfde wettelijke bepaling.

8. Het arrest veroordeelt de eerste eiser, met toepassing van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek, wegens het geheel van de bewezen verklaarde feiten van de telastleggingen tot één enkele straf, met name een geldboete van 500 euro, vermenigvuldigd met een factor 14 en vermeerderd met opdeciemen, in totaal 38.500 euro, met uitstel voor een termijn van drie jaar voor de helft ervan. Daarin zijn begrepen feiten van laattijdige Dimona-melding, vastgesteld op onderscheiden tijdstippen en plaatsen van tewerkstelling, waarbij respectievelijk 11 (feiten A in dossier S/15/08) en 3 (feiten A in dossier S/486-521-570/07) werknemers betrokken zijn.

9. Bij vergelijking is de zwaarste straf, zoals bedoeld in artikel 65 Strafwetboek, deze bepaald in artikel 12bis, § 1, 1°, Dimona-aangiftebesluit.

10. De feiten A in dossier S/15/08 en de feiten A in dossier S/486-521-570/07 zijn gelijkaardig, met dezelfde misdrijfomschrijving, en zijn alle strafbaar gesteld door artikel 12bis, § 1, 1°, Dimona-aangiftebesluit.

11. De appelrechters die aldus met toepassing van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek en op grond van artikel 12bis, § 1, 1°, Dimona-aangiftebesluit, een enige geldboete opleggen, houden naar recht rekening met het totaal (14) van de bij het geheel van die vermengde feiten betrokken werknemers.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

12. Het middel dat alleen de tweede eiser betreft, voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 12bis, § 1, 1°, Dimona-aangiftebesluit: het arrest antwoordt niet op het verweer van de tweede eiser dat hij zich niet inhield met de personeelsadministratie en meer in het bijzonder met de Dimona-aangiften, minstens volstaan de door de appelrechters aangehaalde feiten en omstandigheden niet om wettig te kunnen besluiten dat de tweede eiser strafrechtelijk aansprakelijk was in de zin van artikel 12bis, § 1, 1°, Dimona-aangiftebesluit.

13. Anders dan het middel aanvoert, beantwoordt het arrest met de redenen die het bevat en die het middel weergeeft, het bedoelde verweer.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

14. Met de termen "aangestelden of lasthebbers" worden in de in randnummer 5 vermelde strafbepalingen alleen die aangestelden of lasthebbers bedoeld die bekleed zijn met het gezag of de nodige bevoegdheid om effectief over de naleving van de wet te waken, zelfs al is die bevoegdheid in de tijd of naar de plaats beperkt.

15. Uit artikel 12bis, § 1, 1°, Dimona-aangiftebesluit volgt aldus dat de zaakvoerder van een vennootschap die bekleed is met het gezag of de nodige bevoegdheid om effectief over de naleving van de bepalingen van dit besluit te waken, maar dit nalaat, daarvoor strafrechtelijk verantwoordelijk is.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat de zaakvoerder van een vennootschap die bekleed is met het gezag of de nodige bevoegdheid om effectief over de naleving van de wet te waken en aldus door de wet als strafrechtelijk toerekenbare persoon wordt aangewezen, niettemin niet strafrechtelijk aansprakelijk is voor binnen de vennootschap begane inbreuken op het Dimona-aangiftebesluit wanneer hij zich niet inlaat met het personeelsbeleid en de sociale administratie, faalt het naar recht.

16. De rechter oordeelt onaantastbaar of een aangestelde of lasthebber van een werkgever bekleed is met het gezag of de nodige bevoegdheid om effectief over de naleving van de wet te waken. Het Hof onderzoekt alleen of de rechter uit de door hem in aanmerking genomen omstandigheden, wettig heeft kunnen afleiden of dit al dan niet het geval is.

17. Op grond van de feiten en omstandigheden die zij vaststellen en die het middel weergeeft, konden de appelrechters wettig oordelen dat de tweede eiser als zaakvoerder die de handelsuitbating van "De Cafédraal" runt, bekleed is met het gezag of de nodige bevoegdheid om effectief over de naleving van de wet te waken en verantwoorden zij naar recht hun beslissing dat de tweede eiser strafrechtelijk aansprakelijk is voor de bewezen verklaarde inbreuken.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

18. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten op 79,07 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 3 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Sociale zekerheid

  • Dimona-aangiftebesluit

  • Misdrijven

  • Geldboete zoveel maal toegepast als er werknemers bij het misdrijf betrokken zijn

  • Toepassing