- Arrest van 5 januari 2012

05/01/2012 - C.10.0501.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De akte van hoger beroep, bepaald in artikel 1057 van het Gerechtelijk Wetboek, moet gesteld worden in de taal van de bestreden beslissing (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0501.N

D. B.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. D. J.,

2. VIVIUM nv, met zetel te 1210 Sint-Joost- ten-Node, Koningsstraat 153,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 30 maart 2010.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft op 27 oktober 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het middel

1. De verweerders voeren aan dat het middel niet ontvankelijk is omdat het geen schending aanvoert van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek.

2. De aangevoerde schending omtrent de miskenning van de wetgeving inzake het taalgebruik in de beroepsakte, volstaat om tot cassatie te leiden.

De grond van niet-ontvankelijkheid van het middel dient te worden verworpen.

Tweede onderdeel

3. Overeenkomstig artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waarvan de bepalingen, krachtens artikel 40, eerste lid van dezelfde wet, zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid die van ambtswege door de rechter wordt uitgesproken, wordt voor al de rechtscolleges in hoger beroep, voor de rechtspleging de taal gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld.

Hieruit volgt dat de akte van hoger beroep, bepaald in artikel 1057 Gerechtelijk Wetboek, moet gesteld worden in de taal van de bestreden beslissing.

4. Een akte van de rechtspleging moet worden geacht geheel in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn gesteld of, in het geval een aanhaling in een andere taal dan deze van de rechtspleging is opgenomen, wanneer in de akte tevens de vertaling of de zakelijke inhoud ervan in de taal van de rechtspleging is weergegeven.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, volgt dat de eiser in zijn akte van hoger beroep als grief aanvoerde dat hij in het beroepen vonnis ten onrechte als bestuurder van zijn motorfiets werd beschouwd zodat hij de bescherming van de zwakke weggebruiker in de zin van artikel 29bis WAM-wet niet geniet en aanvoerde dat hij geen bestuurder was in de zin van die wetsbepaling in zoverre hij "op het ogenblik van de tweede impact op geen enkele wijze zijn voertuig (kon) besturen of de motorkracht ervan manipuleren of onder controle houden".

De eiser voerde hierbij aan dat "algemeen wordt beschouwd als bestuurder, in de zin van art. 29bis WAM-wet, diegene die in concreto en rekeninghoudend met de feitelijke omstandigheden op het ogenblik van het ongeval, effectief het motorrijtuig bestuurt en die op dat ogenblik er effectieve controle over uitoefent. Deze controle houdt in dat men het stuurwiel en pedalen kan manipuleren en op die manier de motorkracht van het voertuig kan aanwenden".

Vervolgens verwees de eiser naar een zestal rechterlijke beslissingen waarin op basis van deze criteria beslist werd dat bepaalde personen geen bestuurder waren. Een van deze voorbeelden is het vonnis van de politierechtbank te Luik van 16 september 2004 waarvan de beslissing in het Frans werd geciteerd: "V. aurait-elle commis une faute en qualité de conductrice, par exemple en serrant mal le frein à main, n'en est pas moins devenue piéton dès qu'elle a quitté son véhicule sur lequel elle n'a plus aucun pouvoir de conduite ou de direction."

6. Uit het geheel van de door de eiser in zijn akte van hoger beroep aangevoerde grieven en argumenten blijkt dat de zakelijke inhoud van de in het Frans gestelde aanhaling in die akte werd weergegeven.

De appelrechters die zonder rekening te houden met de weergave van de zakelijke inhoud oordelen dat de eiser een argument ter ondersteuning van zijn grief heeft aangehaald en deze meteen in het Nederlands moest ontwikkelen hetzij in het Frans citeren en vervolgens in het Nederlands vertalen, en op deze grond het hoger beroep nietig verklaren, schenden de artikelen 24 en 40 Wet Taalgebruik gerechtszaken.

Het middel is in zoverre gegrond.

Omvang van cassatie

7. Gelet op artikel 1054, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek strekt de cassatie van de beslissing over het hoofdberoep zich uit tot de beslissing over het incidentieel beroep.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen rechtszitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 5 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Akte van hoger beroep

  • Taal