- Arrest van 10 januari 2012

10/01/2012 - P.11.0868.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hoewel het verval van het recht een voertuig te besturen wegens lichaamsongeschiktheid een beveiligingsmaatregel is en geen straf, kan het rechtscollege in hoger beroep deze maatregel, die niet opgelegd werd door de eerste rechter, niet dan met eenparigheid van zijn leden uitspreken (1). (1) Cass. 17 nov. 1981, AC, 1981-1982, nr. 178.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0868.N

D R,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 7 april 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISISNG VAN HET HOF

Beoordeling

Geschonden wettelijke bepaling

- Artikel 211bis Wetboek van Strafvordering

1. Het vonnis van de politierechtbank te Antwerpen van 27 mei 2009 veroordeelt de eiser op tegenspraak voor de bewezen verklaarde feiten tot een geldboete; tevens werd op basis van artikel 38, § 1, 1°, Wegverkeerswet een vervallenverklaring uitgesproken van het recht tot sturen waarvan het herstel afhankelijk werd gemaakt van het slagen in een medisch-psychologisch onderzoek.

2. Op de hogere beroepen van de eiser en het openbaar ministerie, bevestigt de correctionele rechtbank te Antwerpen bij op tegenspraak gewezen vonnis van 29 oktober 2009 het vonnis van de politierechtbank en stelt alvorens recht te doen over een eventuele beveiligingsmaatregel een deskundige aan.

3. Het bestreden vonnis verklaart de eiser vervallen van het recht tot het besturen van alle motorvoertuigen wegens lichamelijke ongeschiktheid gedurende een periode van 5 jaar.

4. Hoewel het verval van het recht een voertuig te besturen wegens lichaamsongeschiktheid een beveiligingsmaatregel is en geen straf, kan de rechter in hoger beroep deze maatregel, die niet opgelegd werd door de eerste rechter, niet dan met eenparigheid van zijn leden uitspreken. Het bestreden vonnis is niet naar recht verantwoord.

Middel van de eiser

5. Het middel van de eiser dat niet tot een ruimere cassatie of een cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigd vonnis.

Laat de kosten van zijn cassatieberoep ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Turnhout, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 131,51 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 10 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Verval van het recht een voertuig te besturen wegens lichaamsongeschikheid

  • Aard

  • Maatregel niet opgelegd door de eerste rechter

  • Maatregel opgelegd in hoger beroep

  • Voorwaarde

  • Eenparigheid